Nieuwe denkwijzen over mens en machine

Prof.dr. Johan van Benthem
Universiteitshoogleraar Zuivere en Toegepaste Logica
Universiteit van Amsterdam

1. Wat is de belangrijkste wetenschappelijke ontwikkeling in uw vakgebied?

Onze maatschappij is onherkenbaar veranderd door informatietechnologie, vanaf de computer in het familieleven tot het internet als wapen in de revolutie. Daarbij is iets geheel nieuws ontstaan: een complex systeem van machines en menselijke gebruikers, die samenwerken of concurreren in allerlei taken. Deze ontwikkeling is ooit aangestoken vanuit de wetenschap (denk aan Turing, Gödel, von Neumann en McCarthy), maar inmiddels zijn vele nieuwe verschijnselen ontstaan die wij niet goed begrijpen. In elk geval passen oude denkwijzen niet op deze nieuwe realiteit, zoals ‘vervanging’ van mensen door machines. Niet toevallig zien we ook een parallelle wetenschappelijke ontwikkeling. Oude scheidslijnen tussen universitaire disciplines zijn binnen een decennium verdampt. Het onderzoek draait thans om een nieuw fundamenteel begrip van informatie, communicatie, en interactie – en daaraan gepaard: taal, intelligentie, cognitie, en spel. Een wetenschap van informatiegestuurd intelligent gedrag omvat informatica, cognitiewetenschap, logica, taalkunde, wiskunde, speltheorie, en andere disciplines. En deze ontstaat dan ook, in een wirwar van nieuwe onderzoeksmilieus.

2. Op welke wetenschappelijke doorbraak hoopt u?

De bron van vooruitgang is steeds een tandem tussen technologische ontwikkeling in de maat-schappij en wetenschappelijke speculatie. Zo gaf de negentiende-eeuwse natuurkunde ons de grote hoofdwetten van de thermodynamica, en veel meer, na de opkomst van fysieke machines in de maatschappij. Thans gaat het erom intelligente informatieverwerkende machines te begrijpen. Dit voegt een sociale dimensie van complexiteit toe, omdat de gebruiker nu ook deel van het systeem is. Denk weer aan de natuurkunde. De doorbraak in de 17de eeuw was het inzicht dat we niet objecten op zich moeten bestuderen, zoals Aristoteles deed. Galilei en Newton lieten zien dat we een object pas echt begrijpen door zijn interacties met andere objecten, in ‘many-body-problems’. Dit geldt nog meer voor informatie en cognitie. Rekenen met de geest is essentieel ‘rekening houden’ met anderen, inclusief wat zij weten, geloven, of willen, en wat zij denken over ons. Nodig is dus een theorie van interactie voor de ‘many-mind-problems’ die de kern zijn van intelligent gedrag. Wat zijn de kernbegrippen, wat zijn de hoofdwetten? Losse eilanden van kwaliteit bestaan al in informatietheorie, speltheorie, complexiteitstheorie, en logica. Deze suggereren een grotere eenheid: maar wanneer vallen ze op hun plaats?

Misschien is een nieuwe Newton nodig, of een nieuwe Turing. Of een nieuwe Gödel die principiële grenzen vindt aan intelligente interactie: de diepste wetenschappelijke inzichten zijn soms onmogelijkheidsresultaten. Maar misschien is een Messias een achterhaalde metafoor, en moeten we, in lijn met ons onderwerp zelf, hopen op inzicht vanuit een milieu van samenwerkende wetenschappen. Deze doorbraak zal vele barrières moeten slechten, en een verbinding maken tussen analyse van individuele actoren en het statistisch gedrag van grote systemen: de twee grote perspectieven die wij hebben voor het begrijpen van de sociale realiteit.

Is dit niet erg theoretisch, en irrelevant voor de bruisende maatschappij waarmee ik begon? Ik ben schaamteloos ouderwets. Wetenschappelijke diepgang vergt afstand en abstractie.

3. Wat is de waarde van uw vakgebied voor de samenleving?

De logica is vooral een fundamenteel wetenschappelijke discipline. Het gaat om ‘denken over denken’, en wat daarmee wel en niet valt te bereiken. Goede logici hebben een dubbeltalent, en paren in dit onderzoek filosofische smaak aan wiskundige bewijsvermogens. Een belangrijke rol die de logica speelt is dan ook als verbinding tussen vele universitaire disciplines, van bèta tot alfa en gamma. Een tweede belang dat ik zie is in het middelbaar onderwijs. Logische inzichten rusten leerlingen intellectueel toe om meer begrip te krijgen van complexe informatieve processen. Ik ben zelf actief in onderwijsinitiatieven die deze educatieve rol ondersteunen. Tenslotte zie ik een bredere maatschappelijke rol voor de logica, als steun in logisch denken, maar ook redelijkheid, argumenteren en redenen geven, en ‘voor rede vatbaar zijn’. Ik wil niet zeggen dat logici zich veel aan dit beschavingsideaal gelegen laten liggen, of dat ze zelf glanzende rolmodellen zijn, maar ik ben ervan overtuigd dat deze rol realistisch is.

Natuurlijk gaat het niet alleen om logica, maar om de genoemde bredere ontwikkelingen. Argumentatie is maar één vorm van intelligent gedrag, en mijn maatschappelijke doelen zijn het kennen van onszelf door een beter begrip van patronen in sociale interactie, het bevorderen van algemene redelijkheid, en wellicht zelfs een ‘Sterft Gij Oude Vormen en Gedachten’: het ontwerp van nieuwe gedragsvormen die ons weghalen uit huidige suboptimale evenwichten.


Andere bijdragen in Wiskunde, Wiskundige problemen