Wat dieren elkaar over onze wereld vertellen

Prof.dr. Theunis Piersma
Hoogleraar Global Flyway Ecology
Rijksuniversiteit Groningen

Ter inleiding: Ik houd mij bezig met het bestuderen van de aantallen en de verspreiding van wilde dieren. Dat vakgebied heet de dierecologie, en in mijn geval heb ik me gespecialiseerd in de ecologie van wadvogels. Veel van onze wadvogels zijn hier op doorreis van hun noordelijke broedgebieden naar hun zuidelijke overwinteringsgebieden, en weer terug. Het zijn trekvogels, en daarom ben ik tevens een trekvogelspecialist.

Met hun trekbewegingen omspannen de trekvogels onze aardbol, en zo verbinden ze verschillende gebieden en fenomenen. Om de verspreiding van en de aantallen trekvogels te verklaren staan we dus voor de ingewikkelde taak om de situatie in bijvoorbeeld de Waddenzee te kennen, maar tegelijkertijd te doorgronden wat de invloed is van wat er zich op de Siberische toendra afspeelt, wat de situatie in waddengebieden in West-Afrika is, en wat de voedsel, vijand- en weersomstandigheden onderweg zijn. Onderzoek aan trekvogels gaat dus eigenlijk over de toestand van de hele planeet. Dat we toch een goed zoekbeeld kunnen ontwikkelen om al die eindjes aan elkaar te knopen komt door de specifieke eisen die elke trekvogelsoort aan haar omgeving stelt. Zo kunnen we niet alleen de ‘ecologische context’ waarin de vogels leven in de vingers krijgen (jawel: voedsel, vijanden en weersomstandigheden), maar ook de problemen van individuele vogels. Hoe beïnvloeden problemen op de ene plaats de conditie van een dier zodanig dat er voor dat individu ook op de volgende bestemming problemen ontstaan?

Dat wij het beantwoorden van deze complexe levensvragen aandurven, heeft ook te maken met de enorme verscheidenheid aan doeltreffende technieken die we kunnen inzetten. Daarbij gaat het om eenvoudig, maar uitgekiend, handwerk zoals het bemonsteren van schelpdieren en wormen op alle wadplaten in de Waddenzee, tot het handig interpreteren van satellietbeelden om bepaalde omstandigheden ter land en ter zee al even grootschalig in kaart te brengen. Het gaat ook om moleculair genetisch werk om populatiestructuur en afstammingspatronen te duiden, het inzetten van allerlei microzenders om bewegingen en gedrag van individuele vogels ‘remote’ en continu te volgen, tot het beschikbaar zijn van geavanceerde statistische methoden om al die processen te ontrafelen en te beschrijven. Wat onderzoeksmogelijkheden betreft zijn het echt ongekend goede tijden voor dierecologen!

1. Wat is de belangrijkste wetenschappelijke ontwikkeling in uw vakgebied?

We weten al heel veel van de randvoorwaarden aan het bestaan van sommige wadvogels en andere trekvogels, en zijn nu in staat zijn om met behulp van allerlei microzenders veel individuen tegelijkertijd nauwkeurig in de tijd en ruimte te volgen. Hierdoor wordt het voor het eerst mogelijk om ons af te vragen in hoeverre dieren elkaars informatie over hun wereld met elkaar delen.

Zo ontdekten wij dat kanoeten zich ’s winters volkomen logisch over de wadden van West Europa verdelen. In het besef dat een individuele kanoet nimmer in staat zal zijn om zelf alle relevante metingen te doen om zijn ‘vestigingsbesluit’ te onderbouwen is dat een werkelijk verbluffende conclusie. ‘Praten’ kanoeten met elkaar, maken ze gebruik van elkaars (beperkte) individuele kennis? Wat vertellen dieren elkaar eigenlijk over hun werelden, over onze wereld?

2. Op welke wetenschappelijke doorbraak hoopt u?

Ik hoop dat wij binnen een aantal jaren kunnen laten zien op wat voor momenten, en onder wat voor omstandigheden, individuele dieren gebruik maken van elkaars informatie. Informatie die nodig is om de beste keuze te maken tussen voedselgebieden, om predatoren te ontwijken, en om de beste trekroute te kiezen. We kunnen dit onderzoeken door heel nauwkeurig te beschrijven hoe de verplaatsingen van individuen met bekende (of door ons gemanipuleerde) achtergrondkennis zich tot elkaar verhouden.

Misschien lijkt dit in eerste instantie wollig, of zelfs triviaal, maar dat is het om twee redenen allerminst: (1) plotseling kunnen we dieren zien als sociaal opererende wezens die bewust of onbewust allerlei soorten kennis (‘meta-kennis’) inzetten om logische beslissingen te nemen. (2) Dit zal ons helpen om nog veel meer dan nu de aarde als ecologische éénheid te zien: al je hier knijpt, doet het daar pijn.

3. Wat is de waarde van uw vakgebied voor de samenleving?

Onze aardbol is een enerverende en geweldige plek, waar wij totaal van afhankelijk zijn want er is er maar één. De grenzeloze mogelijkheden van film en foto brengen de enerverendste en visueel meest spectaculaire natuurtaferelen bij de mensen thuis. Daarnaast zijn er de subtiele en vaak onzichtbare, maar niet minder belangrijke processen die de biodiversiteit van de aarde, ons ‘mede-leven’, bepalen. Het wereldwijde web van connecties dat door trekvogels rond de wereld wordt gesponnen is er één van. Ons werk kan de samenleving inspireren voor de kracht van het ogenschijnlijk kleine. Ons werk kan laten zien hoe gebeurtenissen bij ons duizenden kilometers verder gevolgen hebben. Ons werk aan trekvogels kan de vensters openen naar universums van communicatie en wereldwijde connectiviteit waar we ons nu nog geen idee van kunnen vormen.

En ja, natuurlijk is ons werk belangrijk voor de onderbouwing en ontwikkeling van allerlei natuurbeschermingsgedachten en -plannen en -keuzes.

Referenties

Piersma, T. & van Gils, J.A. (2011). The flexible phenotype. A body-centred integration of ecology, physiology, and behaviour. Oxford: Oxford University Press.

van de Kam, J., Battley, P.F., McCaffery, B.J., Rogers, D.I., Hong, J.-S., Moores, N., Ki, J.-Y., Lewis, J. & Piersma, T. (2010). Invisible connections. Why migrating shorebirds need the Yellow Sea. Melbourne: CSIRO Publishing.

Piersma, T. (2006). Waarom nonnetjes samen klaarkomen en andere wonderen van het wad. Utrecht: KNNV Uitgeverij.

van de Kam, J., Ens, B. J., Piersma, T. & Zwarts, L. (2004). Shorebirds. An illustrated behavioural ecology. Utrecht: KNNV Publishers.

In 2007 was mijn werk onderwerp van een NPS/Prins Bernhard Cultuurfonds documentaire door Helmie Stil, De Wereld is Plat: door de vogelkijker van Theunis Piersma (Selfmade Films, Utrecht)


Andere bijdragen in Biologie, De aarde