-Passion-van-Brian-De-Palma-

Tekenen van vroegere grootsheid zijn aanwezig in nieuw werk van twee cineasten die de afgelopen jaren kampen met vileine reacties van critici en kijkers.

De eerste gevallen meester is Wong Kar-wai, regisseur van het fabuleuze Chungking Express (1994) die een dramatisch onsamenhangende, maar bij vlagen boeiende kung-fu-film heeft gemaakt (waarover in de komende weken meer op deze plaats).

De tweede is Brian de Palma, een regisseur die vanaf het begin van zijn carrière met de hoon van recensenten moet leven, en die nu vijf jaar na zijn laatste flop, de Irakoorlog-film Redacted, weer een nieuwe film heeft gemaakt. Die is góed, maar dat vindt niet iedereen.

Het gaat om de thriller Passion, een remake van Alain Corneau’s laatste film Crime d’amour (2010), waarin Rachel McAdams de rol van Christine vertolkt, een ambitieuze reclamevrouw in Berlijn die haar kans schoon ziet om promotie te maken en hiertoe schaamteloos een creatief idee van een werknemer, Isabelle (Noomi Rapace), steelt. Dat niet alleen, Christine begint ook een relatie met Isabelle’s vriend Dirk (Paul Anderson), hoewel niet duidelijk is of Dirk in eerste instantie iets met haar krijgt als deel van een pact met Christine. Dan is er ook nog een secretaresse in de mix: Dani (Karoline Herfurth) die misschien wel de sleutel tot de ‘intrige’ houdt. Aanhalingstekens, ja, want het ‘verhaal’ is zoals buitenlandse recensenten schrijven zo plat als een dubbeltje, om niet te zeggen: ongeloofwaardig, slecht uitgewerkt en soms bijzonder slecht gespeeld door acteurs die net amateurs lijken.

Maar dit is film en geen roman of toneel, iets waarvan De Palma zich terdege bewust is en een punt waarop hij in interviews hamert. Film is beeld, inderdaad, en er zijn weinig regisseurs die beter dan De Palma begrijpen dat juist de dramatiek van beelden, eerder dan de betekenis van de teksten van personages, een psychologische invloed heeft. Daarom werkt Passion zo sterk: de film doet geen beroep op rationele denkprocessen, maar lijkt die gedeelten in je hersens te prikkelen die emotie reguleren. Het is een film waarin textuur overheerst: beelden gereflecteerd binnen beelden of op glimmende oppervlaktes zoals spiegels en wanden en ramen in ultramoderne kantoorgebouwen of in anonieme appartementen die eerder vervreemding dan een gevoel van huiselijkheid veroorzaken. Alles is extreem gestileerd, zodat tijd wordt vervormd en de essentie van een handeling of gebeurtenis wordt uitgerekt en geaccentueerd, vooral in een fabuleuze sequentie waarin een bloedige moord en een balletuitvoering simultaan zichtbaar zijn in split screen.

Dit gebeurt op de maat van een compositie van Pino Donaggio met wie De Palma in de jaren tachtig samenwerkte toen hij Blow Out en Dressed to Kill maakte, die qua stijl het meest in Passion resoneren. Over die eerste film schrijft critica Pauline Kael, die het destijds voor De Palma opnam toen niemand echt wist wat-ie met hem aan moest: ‘Er zijn geen grote, statische sequenties in Blow Out. De film vloeit, en het lijkt net of alle gebeurtenissen direct in je hersens belanden. Het werk is hallucinatoir en heeft onvermijdelijk een soort dromerige duidelijkheid, hoewel je tijdens het kijken nooit de fout zou begaan te denken dat het allemaal een droom is.’ Wat Kael schrijft is naadloos van toepassing op Passion. Vooral het einde van de film is als een nachtmerrie die je telkens weer zou willen ondergaan, zo hartstochtelijk eng, zo pijnlijk mooi.

De Palma is een romantische filmmaker bij uitstek, en dát heeft hij gemeen met zijn Hongkongse collega Wong Kar-wai. Misschien ligt hierin het probleem waarmee beiden kampen als het gaat om de receptie van hun werk: dat de harde realiteit van de huidige tijdgeest weinig ruimte meer biedt voor de schoonheid van het langgerekte moment.