In één klap alle pamfletten over 1672

Dr. Lotte Jensen
Universitair Hoofddocent Nederlandse taal en cultuur
Nederlandse taal en cultuur, Radboud Universiteit van Nijmegen

Graag reageer ik op uw vraag om in te gaan op het belang en de toekomst van de geesteswetenschappen. Mijn eigen vakgebied betreft de Nederlandse taal en cultuur, in het bijzonder de historische letterkunde. Dat betekent dat ik me in mijn onderwijs en onderzoek dagelijks bezig houd met oudere letterkundige teksten, variërend van klassiekers als de Gysbreght van Aemstel van Joost van den Vondel tot vergeten schrijvers als de satiricus Arend Fokke Simonsz of de militante activiste Maria Aletta Hulshoff.

Binnen mijn eigen vakgebied zie ik twee veelbelovende ontwikkelingen. Ten eerste werken we steeds vaker samen met onderzoekers uit andere disciplines. Samenwerking met historici, kunsthistorici en specialisten van andere taalgebieden is eerder regel dan uitzondering geworden. Daardoor heeft de historische letterkunde een steeds breder en cultuurhistorischer karakter gekregen. Door teksten in een bredere context te plaatsen laat je de relevantie ervan zien, zowel voor studenten, maar ook voor andere wetenschappers binnen en buiten mijn vakgebied. Mijn eigen onderzoek gaat bijvoorbeeld over Nederlandse identiteitsvorming van grofweg 1650 tot 1850. Ik onderzoek daartoe een scala van letterkundige bronnen, vanuit de overtuiging dat juist die een unieke kijk op nationale identiteitsvorming bieden. Letterkundig onderzoek wint aan relevantie, wanneer je kunt laten zien dat ze ons speciale inzichten bieden in vraagstukken die voor iedereen relevant zijn, zoals de vraag naar het ontstaan van een Nederlandse identiteit.

Een tweede ontwikkeling is de toegenomen digitalisering van bronnen. Doordat steeds meer bronnen digitaal beschikbaar komen, gaat de ontsluiting van bronnen steeds gemakkelijker en sneller. Dit leidt tot allerlei nieuwe onderzoeksvragen, methoden én resultaten. Om slechts één voorbeeld te noemen: de Koninklijke Bibliotheek heeft onlangs een enorme collectie pamfletten gedigitaliseerd, Early Dutch Pamphlets online. Je kunt daarin eenvoudig op jaartal of woord zoeken. Zo kun je in één klap alle pamfletten over het rampjaar 1672 bekijken of die over Napoleon. Het is een prachtige graadmeter om de publieke opinievorming van een bepaald moment te meten.

Hoe zit het met het belang van de geesteswetenschappen in het algemeen en de studie van de Nederlandse taal en cultuur in het bijzonder? Het valt mij op dat De Groene Amsterdammer eerder dit jaar aan Bètawetenschappers een heel andere vraag voorlegde, namelijk wat de grootste doorbraak in de wetenschap op dit moment is. Wat ontzettend jammer dat wij geesteswetenschappers nu weer gevraagd worden om het belang van ons werkterrein te verdedigen, terwijl dat kennelijk geen vraag is die aan Bètawetenschappers gesteld hoeft te worden. Zo worden geesteswetenschappers automatisch weer in een hoek gedreven. En dat terwijl wij drie van de belangrijkste pijlers van onze samenleving bestuderen: taal, geschiedenis en media.

In een samenleving die vooral gestoeld is op economische principes en waarin snelle opinievorming regeert, bieden de geesteswetenschappen de broodnodige reflectie en verdieping. Historici, filosofen en letterkundigen kunnen actuele ontwikkelingen en dilemma’s vanuit de langere lijnen te beschouwen. Belangrijke onderwerpen als de parlementaire democratie, het tweehonderdjarige bestaan van het Nederlandse Koninkrijk en de Europese identiteit krijgen pas reliëf wanneer ze in een historische traditie worden geplaatst.

Voor wat betreft het belang van mijn eigen vakgebied: ik zie mezelf graag als een hoeder van het Nederlandse letterkundige erfgoed en verbaas me erover hoe slordig deze samenleving daarmee omgaat. Op middelbare scholen is de aandacht voor de letterkunde dramatisch afgenomen. Als docent op een universiteit zie ik daarom ook een taak richting de samenleving: het belang van een gedegen kennis van Nederlandse geschiedenis, literatuur en cultuur, die gestoeld is op wetenschappelijk onderzoek, kan niet genoeg benadrukt worden. De toekomst van mijn eigen discipline is gegarandeerd wanneer je de actualiteit van oudere teksten steeds opnieuw duidelijk kunt maken, zonder daarbij het historische karakter van dit soort bronnen uit het oog te verliezen.


Andere bijdragen in Digital humanities, Nederlandse Letterkunde, Samenwerken binnen de geesteswetenschappen