Een aangeboren mentale fundering

Professor dr Johan Rooryck
Professor Franse linguïstiek
University Centre for Linguistics, LUCL Frans, Universiteit Leiden

De geest in geesteswetenschappen

Naar mijn mening ligt de grote uitdaging van de geesteswetenschappen in haar interactie met de cognitieve wetenschappen – psychologie, wiskunde, cognitieve neurowetenschap, taalkunde en biologie. Daar wordt op dit moment een nieuw wetenschappelijk paradigma ontwikkeld dat belangrijke gevolgen zal hebben voor onderzoek in de geesteswetenschappen. Dit nieuwe paradigma stelt dat mensen geboren worden met parate kernkennissystemen: aangeboren cognitieve vaardigheden die toelaten om mentale representaties op te bouwen van voorwerpen, personen, ruimtelijke relaties, hoeveelheden, en sociale interactie.

Kernkennissystemen

Deze kernkennissystemen kunnen gezien worden als een vorm van aangeboren mentale fundering waar verdere kennis bovenop wordt gebouwd tijdens het leerproces.

Deze visie op de cognitieve eigenschappen van de mens werpt een nieuw licht op problemen die lang zijn beschouwd als het exclusieve terrein van de geesteswetenschappen. Onderwerpen zoals moraliteit, geometrie, geografie, muziek en taal worden vaak gezien als culturele verworvenheden. De studie van hun ontwikkeling en variatie maken dan ook deel uit van de geesteswetenschappen en de sociale wetenschappen. Tot nu toe hebben de geesteswetenschappen deze menselijke eigenschappen vooral bestudeerd als ‘externe’ eigenschappen van culturele ontwikkeling, eerder dan als het resultaat van aangeboren, ‘interne’ menselijke vermogens. Zo laat Stanislas Dehaene zien hoe universele eigenschappen van schriftsystemen, een ogenschijnlijk cultureel bepaald fenomeen, kunnen verklaard worden vanuit cognitieve eigenschappen van perceptie in het brein.

Dialoog

Het is belangrijk dat de geesteswetenschappen zich bezinnen op deze dialoog met de cognitieve wetenschappen, al was het maar omdat de middelen die in dit onderzoeksdomein omgaan vele malen groter zijn dan die van de geesteswetenschappen. Zie bijvoorbeeld het Human Brain Project van 1 miljard euro dat zo pas door de Europese Commissie is toegekend, en waarin de Geesteswetenschappen schitteren door afwezigheid.

Technologie tenslotte

Sommigen beweren dat recente technologische ontwikkelingen de meest veelbelovende ontwikkeling in de geesteswetenschappen vormen. Digitalisering en verfijnde zoekmachines zouden geesteswetenschappers opnemen in de vaart der volkeren en hen massaal aanzetten om op zoek te gaan naar algemene patronen, in plaats van het specifieke en individuele op te zoeken en te beschrijven. Ik denk niet dat dat klopt. Allereerst valt er nog veel individueels en specifieks te beschrijven, via observatie en experiment. Maar mijn probleem met de nadruk op technologie is dat methodologische vernieuwing verward wordt met inhoudelijke veranderingen. Natuurlijk kan methodologische vernieuwing leiden tot nieuwe inzichten, maar de digitale revolutie versnelt processen van verificatie en ontdekking eerder dan dat zij ze radicaal vernieuwt.


Andere bijdragen in Alfa en bèta worden één, Digital humanities, Linguïstiek, Samenwerken binnen de geesteswetenschappen