Criminologen en sociologen

Dr. Manon van der Heijden
Assistent professor Vroegmoderne stadsgeschiedenis
Instituut voor Geschiedenis, Economische en sociale geschiedenis, Universiteit Leiden

Wat is, volgens u, de meest veelbelovende ontwikkeling in uw vakgebied?

Een belangrijke ontwikkeling in de geesteswetenschappen is de ontwikkeling van interdisciplinaire benaderingen, de toegenomen samenwerking met andere onderzoeksgebieden en het inzicht dat de comparatieve benadering een essentieel onderling moet zijn van de geesteswetenschappen. In mijn vakgebied, de sociaal-economische geschiedenis van de vroegmoderne tijd met als specialisatie criminaliteit en gender, is het heel belangrijk dat er de laatste jaren contacten en samenwerkingsverbanden bestaan tussen verschillende disciplines. Zo zijn de theorieën en benaderingen uit andere disciplines, zoals de criminologie, rechtsgeschiedenis en sociologie, belangrijke inspiratiebronnen voor mijn onderzoek naar criminaliteitspatronen van mannen en vrouwen tussen circa 1600 en 1900. Er vindt ook actieve uitwisseling plaats van nieuwe inzichten, data en informatie tussen deze verschillende disciplines, onder andere door de gezamenlijke organisatie van congressen of sessies op congressen. In het komende jaar zal ik bijvoorbeeld papers presenteren op een rechtshistorisch congres, het jaarlijkse congres van de criminologen en hebben wij andersom voor een congressessie van de Social Science History Conference in Chicago criminologen en sociologen uitgenodigd. Deze nieuwe interdisciplinaire samenwerking is heel inspirerend en veelbelovend.

Een tweede belangrijke ontwikkeling is de comparatieve benadering. Waar historici eerst vooral een eigen unieke casus bestudeerden, meestal Nederland, proberen zij nu hun onderzoek veel meer te plaatsen in de internationale onderzoekscontext. Dat leidt tot zinvolle vergelijkingen, tussen bijvoorbeeld landen, regio’s of werelddelen, maar het levert ook nieuwe vragen en inzichten. Zo zijn we er lang vanuit gegaan dat de lage criminaliteitscijfers een constante zijn in heel Europa, maar historisch onderzoek toont aan dat het aandeel van vrouwen in de criminaliteit voor circa 1900 veel hoger was dan nu en dat er ook grote verschillen waren binnen Europa. Zo zijn de criminaliteitscijfers van vrouwen in Engeland en Nederland exceptioneel hoog en de vraag hoe deze verschillen te verklaren zijn, kan alleen worden beantwoord door interdisciplinair en comparatief onderzoek.

Hoe ziet u de toekomst van uw discipline?

Ik merk dat er enige ambiguïteit is in de manier waarop er tegen de geesteswetenschappen wordt aangekeken. Enerzijds wordt het belang van de exacte wetenschappen steeds sterker benadrukt, ten koste van de geesteswetenschappen. De vraag ‘wat geesteswetenschappen precies voor waarde hebben voor de maatschappij’, met andere woorden wat de kennisbenutting of valorisatie is van ons vak, komt centraler te staan. Die vraag is voor de geesteswetenschappen vaak wat minder concreet te beantwoorden en daarmee wordt voorbijgegaan aan het belang van de ontwikkeling van geesteswetenschappen voor een samenleving op langere duur. Anderzijds, lijkt het vakgebied van de geschiedenis populairder dan ooit. Er worden steeds meer historische boeken verkocht, zowel wetenschappelijke als populair-wetenschappelijke werken, het aantal historische tijdschriften voor een breder publiek is gegroeid en dat geldt ook voor radio- en televisieprogramma’s over de geschiedenis. We zien het ook in de groei van geschiedenisstudenten aan de Universiteit Leiden. Ik ben daarom heel positief over de toekomst van onze discipline maar realiseer mij ook dat wij wellicht wat meer dan de exacte wetenschappen moeten laten zien hoe belangrijk en interessant ons vakgebied is.

Wat is het belang van de geesteswetenschappen?

Zie hier boven.


Andere bijdragen in Geschiedenis, Mondiale blik, Nieuwe onderzoeksgebieden, Samenwerken binnen de geesteswetenschappen