Wij zijn (gelukkig) niet ons brein

Professor Dr. Hans Radder
Professor Filosofie van wetenschap en technologie
Wijsbegeerte, Vrije Universiteit Amsterdam

Het maatschappelijk belang van filosofie en geesteswetenschappen

Complexiteit en onzekerheid zijn twee belangrijke kenmerken van onze maatschappelijke en culturele situatie. Vele oorzaken, waaronder technologische schaalvergroting, politieke internationalisering en economische globalisering, hebben daaraan bijgedragen. Daarnaast hechten we aan democratie. Een democratisch verantwoorde omgang met de complexiteit en onzekerheid van heden en toekomst vereist het inzetten van alle middelen waarover we beschikken. Eén daarvan is het culturele kapitaal opgeslagen in de geesteswetenschappen. Geschiedkundigen, rechtswetenschappers en ethici dragen bij aan de maatschappelijke verwerking van de historische, juridische en morele aspecten van het Srebrenicadrama. Wetenschaps- en techniekfilosofen proberen vat te krijgen op de praktijken, onzekerheden en dilemma’s verbonden aan de genetische modificatie van planten, dieren en mensen. Als het goed is, is dit tweerichtingsverkeer. De geesteswetenschappers starten vanuit maatschappelijke praktijken, begrippen en opvattingen, maar ze analyseren en evalueren deze ook op grond van hun eigen deskundigheid. Hun maatschappelijk belang ligt dan ook primair in het verhogen van de kwaliteit van het democratisch debat over onze huidige en toekomstige maatschappij.

Welke rol is hier weggelegd voor mijn discipline, de filosofie? Een zinvolle invulling van een dergelijke maatschappelijk relevante filosofie dient zowel het modernisme als het postmodernisme achter zich te laten. De universaliteit van de wetenschappelijke methode, de monolithische ontwikkeling van de technologie en de totale rationalisering van maatschappij en cultuur zijn terecht als mythen ontmaskerd. Maar intussen zijn ook de beperkingen van het postmoderne alternatief − het exclusieve benadrukken van ‘verschillen’ tussen wetenschappelijke, technologische en socioculturele praktijken − duidelijk onderkend. De ontwikkeling van wetenschap, technologie, maatschappij en cultuur vertoont, naast lokale verschillen, ook allerlei niet-lokale patronen. De centrale uitdaging voor de filosofie is het maken van diepgaande en normatief relevante analyses van zowel de niet-lokale patronen als hun verschillende lokale realiseringen. Bij voorbeeld een studie van de voor ieder herkenbare disciplinering door grote technologische en bureaucratische systemen: wat zijn hier de voor- en nadelen en welk soort systemen leidt tot een optimalisering van voordelen en een minimalisering van nadelen? Een ander, wat toegespitster voorbeeld: een analyse en evaluatie van de internationale trend om de geesteswetenschappen, inclusief de filosofie, te persen in het keurslijf van de natuur- en levenswetenschappen.

Vanuit dit perspectief zie ik twee veelbelovende ontwikkelingen in mijn vakgebied, de filosofie van wetenschap en technologie. De eerste is het toenemende inzicht in het belang van de inbedding van wetenschap en technologie in hun materiële en sociale omgevingen. Cognitieve vaardigheden als denken, redeneren en waarnemen worden geanalyseerd vanuit de interacties tussen lichaam, geest en omgeving. Wij zijn (gelukkig) niet ons brein. Wetenschappelijke en technologische ontwikkeling komt voort uit de wisselwerking tussen theoretische, materiële en sociale praktijken. Deze benadering maakt het mogelijk de maatschappelijk relevante interacties tussen wetenschap en technologie (denk aan biotechnologie of computerwetenschap) op een adequate manier te conceptualiseren. Een tweede ontwikkeling, die ik in ieder geval sterk toejuich, is het streven te komen tot argumentatief onderbouwde, kritische beoordelingen van wetenschap en wetenschapsbeleid. Ter afsluiting twee voorbeelden: de universitaire codes voor goede wetenschapsbeoefening zijn onverenigbaar zijn met het aan diezelfde universiteiten gepraktiseerde patentbeleid; en het veelvuldig aangeprezen open access beleid zal voor de huidige geesteswetenschappen eerder nadelig dan voordelig uitpakken.


Andere bijdragen in Alfa en bèta worden één, Vermaatschappelijking, Wijsbegeerte