Ruimte voor esoterische tradities

Professor Dr. Wouter J. Hanegraaff
Hoogleraar Geschiedenis van de Hermetische filosofie en verwante stromingen
Geschiedenis van de Hermetische Filosofie, Universiteit van Amsterdam

Wat is, volgens u, de meest veelbelovende ontwikkeling in uw vakgebied?

Essentieel is dat de religiewetenschappen sinds enkele decennia echt hebben gebroken met traditionele theologische/impliciet gelovige perspectieven op de geschiedenis van religie in de Westerse cultuur. De normatieve beeldvorming van het “Christelijke avondland”, waarin kerkhistorische modellen alles domineerden, heeft plaatsgemaakt voor een nadruk op de enorme empirische verscheidenheid van religie in de (breed gedefinieerde) Europese context. Mijn vakgebied richt zich in dat verband op een complex geheel van “heterodoxe” stromingen die principieel de grenzen tussen de disciplines overschrijden. Zo behoort bijvoorbeeld de geschiedenis van de alchemie zowel tot het terrein van de natuurwetenschappen (met Newton als meest beroemde voorbeeld) als tot dat van de religie en zelfs de psychologie (bv C.G. Jung); de Platonisch-Hermetische stromingen in de Italiaanse Renaissance zijn zowel religieus als filosofisch van aard (bv Marsilio Ficino, Giordano Bruno); en esoterische/occulte tradities sinds de Verlichting spelen een veelal onderschatte rol in de geschiedenis van de literatuur, beeldende kunst, en zelfs muziek (bv. W.B.Yeats of Harry Mulisch; William Blake of de Surrealisten; Arnold Schönberg of Karlheinz Stockhausen). Deze voorbeelden laten zich eindeloos vermeerderen.

Hoe ziet u de toekomst van uw discipline?

Mijn specialisatiegebied heeft de afgelopen twintig jaar internationaal een zeer snelle ontwikkeling doorgemaakt, waarin mijn capaciteitsgroep aan de UvA een centrale pioniersrol heeft kunnen spelen. Slechts enkele decennia geleden was er voor de studie van “esoterische” of “occulte” tradities in de academische context nauwelijks ruimte, omdat onderzoekers op dit terrein per definitie werden verdacht van niet-wetenschappelijke agenda’s en New Age-achtige sympathieën. Die situatie is nu wezenlijk verbeterd. Er heeft zich een internationaal netwerk gevormd van professionele onderzoekers (zie www.esswe.org), impliciet apologetische agenda’s zijn bezig uit te sterven, de kwaliteitsnormen zijn sterk verbeterd, en het aantal publicaties stijgt explosief. Zolang de politiek/economisch zorgwekkende situatie van de geesteswetenschappen het zal toelaten zie ik voor mijn discipline een bijzonder positieve toekomst tegemoet. Er valt binnen de humaniora nauwelijks een terrein te vinden waarvan het bronnenmateriaal zo lang en systematisch is verwaarloosd, en het besef begint door te breken dat het daarom een uniek potentieel bevat voor innovatief onderzoek dat leidt tot verrassende nieuwe perspectieven op onze cultuur en geschiedenis.

Wat is volgens u het belang van de geesteswetenschappen?

Het belang van de geesteswetenschappen valt ten enen male niet uit te leggen binnen een neoliberaal paradigma waarin het te bereiken “doel” per definitie in kwantificeerbare (economische, financiële) termen moet worden gedefinieerd terwijl geesteswetenschappelijk onderzoek/onderwijs principieel de rol wordt toebedeeld van “middel” tot dat doel. Dit paradigma zelf moet ter discussie worden gesteld, en dat is uitsluitend mogelijk door juist een ander perspectief in te nemen. Vanuit een geesteswetenschappelijke invalshoek valt gemakkelijk aan te tonen dat het momenteel zo dominante economische “valorisatie”denken (“kennis-kunde-kassa”) niet de absolute of vanzelfsprekende norm der dingen is, maar een tijds- en modegebonden product van specifieke historische ontwikkelingen. Het actuele belang van de Geesteswetenschappen ligt dan ook juist in het feit dat ze ons ervoor kunnen behoeden de waan van de dag voor de enig mogelijke werkelijkheid aan te zien. Het neoliberaal-economische paradigma en de geesteswetenschappen zijn elkaars natuurlijke vijanden.


Andere bijdragen in Mondiale blik, Religiewetenschappen, Samenwerken binnen de geesteswetenschappen