De Holocaust is niet alleen geschiedenis

Professor Dr. Robert Jan van Pelt
Hoogleraar Architectuurgeschiedenis en onderzoeker van de Holocaust
University of Waterloo (Canada) en NIAS

“Holocaust Studies” is een hybride vakgebied dat niet alleen historici, politieke wetenschappers, literatuur wetenschappers, psychologen, sociologen, theologen, pedagogen en zelfs kunsthistorici omvat, maar ook niet-wetenschappers zoals activisten op het gebied van de mensenrechten      en, natuurlijk, tienduizenden Holocaust overlevenden. Het is een wetenschapsgebied dat in drie geografische gebieden—Noord Amerika, Europa, en Israël—drie zeer verschillende perspectieven biedt. Vanwege de beperkte ruimte zal ik mij slechts op de eerste twee concentreren.

In het slechts gedeeltelijk geseculariseerde Noord Amerika, het kerngebied van Holocaust Studies, wordt de studie van de Holocaust actief gestimuleerd en financieel gesteund door niet alleen een vitale Joodse gemeenschap die vele Holocaust overlevenden en hun kinderen en kleinkinderen omvat, maar ook door vele Christelijke gemeenten die geen aarzeling hebben om de civiele gemeenschap te herinneren aan de noodzaak voor expliciete morele waarden. Bijna alle Holocaust instellingen, leerstoelen, onderwijsprogramma’s zijn het resultaat van initiatieven “van onderen,” dat betekent in dit geval van de meestal Joodse man en vrouw in de straat (of beter, het plaatselijke Jewish Community Center). Een typisch resultaat: in de VS en Canada wordt de Holocaust herdacht op Yom Hashoah, de Joodse gedenkdag die op de 27ste dag van de Joodse maand Nisan valt (dit jaar 7 April). Als wetenschapsgebied werd Holocaust Studies gevormd door de generatie die als jonge vluchtelingen in de jaren dertig in de VS was aangekomen, versterkt met Joodse academici uit de tweede generatie en hen wiens familie weliswaar al voor de oorlog in Amerika woonden maar die sterk in de geschiedenis van het Joodse volk verworteld waren en die geloofden in de fundamentele eenheid van het Joodse volk. Het gevolg was dat, vanuit Amerikaans-Joods perspectief, de vervolging en moord van de Europese Joden wordt gezien als één historische gebeurtenis—daarom “The Holocaust”—en nationale en regionale verchillen tussen, bijvoorbeeld, de Holocaust in Nederland of België, zijn minder belangrijk. Ook is in de Amerikaanse situatie de Holocaustoverlevende, die vaak de middelen beschikbaar maakt voor Holocaust-gerelateerde activiteiten, leerstoelen, enz., van centraal belang.

In het (vanuit Amerikaans perspectief) overgesecularizeerde Noord, West, en Centraal Europa wordt de erkenning en studie van de Jodenvervolging in het eigen land als een van staatswege opgelechte burger plicht gezien. Het heeft zeer weinig to geen dialoog met de Joodse gemeenschap: die is er gewoon niet, of die is te klein om een effectieve advocaat van hun eigen visie te zijn. En dus gedenken de Europeanen de Holocaust of 27 Januari, de dag dat het Rode Leger  het grotendeels geevacueerde Auschwitz bereikten. Deze datum is zonder overleg met de Joodse gemeenschap door politici zoals de Duitse President Roman Herzog en de Zweedse Eerste Minister Göran Persson vastgesteld en toen, zonder nationale debatten, door andere regeringen en de Europese Unie overgenomen. In Europa, en vooral in Duitsland, is de academische studie van de Holocaust nauwelijks verbonden met de Joodse gemeenschap maar met de vragen die, vooral na 1968, zijn gesteld door de kinderen en de kleinkinderen van de daders en de bijstaanders. Daarbij is ook in het perspectief van Europeese collegas weinig interesse geweest in de eenheid en het karakter van het Joodse lot in Nazi Europa: integendeel: specifiek nationale perspectieven het onderzoek bepaald in Europees Holocaust onderzoek. Nederlanderse academic bestudeerden de Jodenvervolging in Nederland, Belgische academic de Holocaust in België, enz. Daar komt wel wat verandering, maar slechts langzaam. En, met de poging om Europa politiek, economisch en cultureel één te maken, en met de veronderstelling van velen dat het “Nooit Meer Auschwitz” het (negatieve) fundament is van dit nieuwe Europa, en met de verlokking van Europees onderzoeksgeld voor trans-nationale Europese onderzoeksprojecten begint het Holocaust onderzoek in verschillende Europese landen zeker het parochiale nationale perspectief te overwinnen om, wellicht, in die grotere Provinz genaamd Europa te blijven steken. En ik gebruik de term Provinz omdat een Europa zonder een vitale Joodse gemeenschap die een noodzakelijk vraagteken zet bij de Christelijke funderingen van de Europese beschaving niets anders als een honderden-miljoenen-mensen-grote Provinz kan zijn.

De Noord-Amerikaanse en Europese perspectieven op de Holocaust zijn zeer verschillend, en zijn ook psychologisch op verschillende manier onderbouwd. De Amerikaan, en vooral de Amerikaanse Jood die de Holocaust bestudeerd zal altijd in het oog houden dat de Holocaust uit Europeese omstandigheden voortkwam en in Europa gebeurde—en geen enkele verwijzing naar het lot van de inheemsen in Noord Amerika of Amerikaanse passiviteit t.o.v. van de St Louis in 1939 zal dit kunnen veranderen. De Holocaust versterkt daarme de eigen, optimistische identiteit als burger van een gezegend, sterk democratisch land, waar het individu centraal staat, en waar minderheden redelijk goed geassimileerd zijn en in een gezamenlijke toekomst delen. De Europeaan die zich met de Holocaust bezig houdt heeft weet dat elke nieuwe ontdekking een andere occasie van nationale schaamte kan worden. En zij weten ook dat met de haperende integratie van de nieuwe Islamitische minderheden in de Europese staten en de sterke opkomst van chauvinistische, buitenlandervijandige groepen de Holocaust niet alleen geschiedenis is, maar ook een mogelijk model voor de toekomst.

Amerikaanse-Joodse Holocaust historici grappen vaak over hun vakgebied, maar hun Europese colleges nauwelijks:  twee eenzaamheden? Het leidt tot onbegrip en ook vervelende ontsporingen—een voorbeeld daarvan is de afwijzende, minachtende en vooral hysterische reactie van Duitse Holocaust historici op de belangrijke resultaten van Amerikaans onderzoek over Nazi kampen en ghettos.

Zowel in Noord-Amerika als Europa zal het gebied in de komende jaren sterk veranderen. In Noord Amerika zal de voor het gebied cruciale generatie, de Holocaust overlevenden, binnenkort uitgestorven zijn. De vraag is of de volgende generaties de wil hebben om de grote financiële offers te maken die Noord-Amerikaanse Holocaust onderzoek mogelijk heeft gemaakt. In Europa de voor het gebied cruciale generatie, die van 1968, gaat nu met pensioen. Zij brachten naar het vakgebied een gedrevenheid die, zonder twijfel, een gesublimeerde vorm was van de revolutionaire vlam die tegen 1975 uitgeblazen was. Zal de volgende generatie die zich niet tegen de hegemonie van de vaders en grootvaders—“Nazis . . .”—wilden verzetten, de passie hebben die dit vakgebied van elke beoefenaar vereist?


Andere bijdragen in Architectuurgeschiedenis, Holocaust studies, Mondiale blik, Samenwerken binnen de geesteswetenschappen