Bildung!

Professor Dr. André Gerrits
Professor Russische geschiedenis en politiek
Instituut voor Geschiedenis, Universiteit Leiden

Geesteswetenschappen in Nederland

Het gaat crescendo met de geesteswetenschappen in Nederland. Aan studenten geen gebrek; er zijn er zelfs teveel bij sommige opleidingen. Ook de publieke belangstelling is onverminderd groot, vooral voor geschiedenis. Geesteswetenschappers mengen zich voortdurend in het maatschappelijke publieke debat en onthouden zich over het algemeen van het randwetenschappelijke onzinonderzoek à la Stapel. Evenmin hebben de geesteswetenschappen zich laten verleiden tot de overmatige theoretisering, specialisatie- en publicatiedrift die de serieuze sociale wetenschappen zo ontoegankelijk maken. In de geesteswetenschappen mogen nog steeds boeken worden geschreven, zelfs in het Nederlands, en toch staan verschillende opleidingen in de internationale top.

Hoe florissant de geesteswetenschappen er voor staan, wordt het beste geïllustreerd aan de hand van de meest geuite frustraties over het huidige universitaire bestel.

1. De universiteiten zijn geen bedrijf; de wetenschap is geen markt! Dit is helemaal juist en volkomen oninteressant. Internationalisering en concurrentie zijn de meest veelbelovende ontwikkelingen in de geesteswetenschappen. Zodra alle functies, van assistent-in-opleiding tot en met hoogleraar, op de internationale (en toenemende mate zelfs mondiale) arbeidsmarkt worden uitgezet, zal de kwaliteit van onderzoek en onderwijs ongetwijfeld toenemen. En ook relatief minder onderzoeksgeld bij de eigen universiteit en meer bij nationale en Europese instellingen heeft een positief effect: het stimuleert de Nederlandse geesteswetenschappers tot meer openheid, flexibiliteit en (internationale) samenwerking.

2. Het universitaire onderwijs gaat ten onder aan massaliteit en middelmatigheid. Ook dit is oninteressant, en bovendien onjuist. De geesteswetenschappen zijn er voor de massa (en in Nederland is die ‘massa’ nog aanzienlijk kleiner dan in veel omringende landen). En juist in deze hogere vorm van middelbaar onderwijs zou de briljante enkeling zich moeten weten te onderscheiden van de brave middelmaat. Hard werken, initiatief tonen, eigenzinnig zijn – er is geen enkele reden te veronderstellen waarom de spreekwoordelijke Einstein nu niet aan een Nederlandse universiteit zou kunnen studeren. Mocht de vermeende hoogvlieger zich niet weten te onderscheiden van zijn laagvliegende medestudenten, dan vliegt hij wellicht toch lager dan hij zelf denkt. Juist omdat de geesteswetenschappen er (ook) voor het grootschalig onderwijs is, zou ze zeer zijn gebaat bij een intelligente, gevarieerde langstudeerboeteregeling.

3. Het aanbod van nieuwe, brede bachelor opleidingen in de geesteswetenschappen leidt tot vervlakking, tot vertrutting van ons universitaire onderwijs. Dit is niet alleen onjuist; het tegendeel is zelfs waar. De opvatting dat universitair onderwijs zinloos is als je je niet onmiddellijk specialiseert in het dialect van het Russisch dat tot de laat negentiende eeuw in de heuvels rond Stavropol scheen te zijn gesproken, is flauwekul. We moeten af van de voortdurende neiging tot specialisatie. Het bachelor onderwijs is er juist voor de ruime blik, voor de brede oriëntatie, voor het vergelijkend perspectief, door tijd en ruimte: taal, cultuur, geschiedenis – Bildung! Specialisatie volgt later wel, desnoods op de arbeidsplek, want de eenjarige master is er te kort voor.

Maar als het zo goed gaat, waarom wordt er dan zoveel geklaagd? Ten eerste blijft het voor veel geesteswetenschappers moeilijk te accepteren dat ze geen onafhankelijke intellectuelen zijn, maar werknemers van een universiteit. Het geklaag gaat dan ook vrijwel altijd over randverschijnselen als de plannen van universitaire bestuurders of de proefballonnetjes van de overheid – zaken die vrij weinig effect hebben op de dagelijkse bezigheden van de meeste geesteswetenschappers. Maar geesteswetenschappers klagen vooral omdat ze zo onzeker zijn. Stoer in eigen kring maar twijfelachtig naar de ‘echte’ wereld. Als geesteswetenschappers uitleggen wat ze doen, hebben ze onvermijdelijk het idee dat ze zich moeten verantwoorden:

‘Wat heb je vandaag gedaan?’

‘Een boek gelezen.’

‘Hoezo, had je vrij?’


Andere bijdragen in Geschiedenis, Samenwerken binnen de geesteswetenschappen