Voorbij het benarde nationale

Professor dr. Henk van Nierop
Hoogleraar Moderne geschiedenis
Geschiedenis, Universiteit van Amsterdam

Wat is, volgens u, de meest veelbelovende ontwikkeling in uw vakgebied?

De meest veelbelovende ontwikkeling in mijn vakgebied, de vroegmoderne geschiedenis, is de internationalisering van het vak. De wetenschappelijke beoefening van de geschiedenis is ontstaan in de negentiende eeuw, tegelijk met, en als functie van, het ontstaan van de natiestaat en het nationalisme. Geschiedenis had een legitimerende functie. Zij verschaft een gezamenlijke identiteit aan de burgers van de natiestaat. De meeste geschiedenis was dan ook ‘vaderlandse’ geschiedenis. In het geval van Nederland functioneerde het verhaal van de Nederlandse Opstand (ook Tachtigjarige Oorlog genaamd) als een oorsprongsmythe van de Nederlandse natie, die zich meteen al in haar Gouden Eeuw in haar meest zuivere en krachtige vorm manifesteerde.

Sinds een jaar of dertig zijn het in toenemende mate buitenlandse (vooral Britse en Amerikaanse) historici die baanbrekende studies over de vroegmoderne Nederlandse geschiedenis schrijven. Zij kunnen zich onttrekken aan het benarde nationale of nationalistische perspectief. Tegelijkertijd zien ook Nederlandse historici de geschiedenis meer in internationaal perspectief, door verblijf in het buitenland, buitenlands congresbezoek en de lectuur van internationale literatuur. Hierdoor verliest de geschiedschrijving zijn legitimerende ideologische functie. Zij wordt objectiever en dus ‘wetenschappelijker’. Zo zien we de Nederlandse Opstand niet langer als een nationale bevrijdingsstrijd tegen vreemde overheersing, gevoerd omwille van de godsdienst dan wel de vrijheid, maar als een burgeroorlog, een lokale variant van de godsdienstoorlogen die ook elders in Europa werden gevoerd.

Leidt deze steeds wetenschappelijker benadering van de geschiedenis tot verlies van maatschappelijke relevantie? Ik denk het niet. Wij worden immers ook steeds meer burgers van Europa, en in dit tijdperk van globalisering misschien wel wereldburgers. Het verhaal over waar wij vandaan komen en wie wij zijn volgt deze maatschappelijke transformatie.

Hoe ziet u de toekomst van uw discipline?

Over de toekomst van de geschiedenis als academische discipline maak ik mij geen zorgen. Zij bloeit als nooit tevoren. Anders dan toen ik begon in dit vak, nemen Nederlandse historici volop deel aan het internationale debat. Er is nog nooit een samenleving geweest waarvan de leden niet nieuwsgierig waren naar hun gezamenlijke verleden, en dat op de een of andere manier onderzochten en reproduceerden. Dat zal ongetwijfeld in de toekomst zo blijven.

Wel maak ik me zorgen over de uitholling van het schoolvak geschiedenis die we de afgelopen tientallen jaren hebben kunnen waarnemen. De teloorgang van het vak verklaart de massale belangstelling voor historische literatuur, canons, tentoonstellingen, films en documentaires. Maar historische publicaties en presentaties kunnen het gapende gat niet dichten dat geslagen is in het basis- en middelbaar onderwijs.

Wat is het belang van de geesteswetenschappen?

De vraag naar ‘het belang van de geesteswetenschappen’ verontrust mij. Belang voor wie? Voor de economie, de staat, de burgerlijke saamhorigheid, de heersende klasse, het proletariaat, de wereldvrede? Alle menselijke samenlevingen produceren artefacten, kunst, literatuur, filosofie, muziek, religie, politiek, sociale verhoudingen, oorlog en vrede, onderdrukking en verzet, kortom: cultuur. De geesteswetenschappen onderzoeken deze cultuur en hebben er soms iets verstandigs over te zeggen. Alle menselijke samenlevingen tonen, in meer of mindere mate, belangstelling voor hun eigen cultuur en die van anderen, in heden en verleden. Dat geldt ook voor onze maatschappij. Er is geen reden te veronderstellen dat dit ooit anders zal zijn. Wij kunnen niet zonder.


Andere bijdragen in Geschiedenis, Mondiale blik