De kolonisatie van de geesteswetenschappen

Professor dr. Jos de Mul
Hoogleraar Wijsgerige Antropologie en zijn geschiedenis
Wijsbegeerte, Erasmus Universiteit Rotterdam

De huidige situatie van de geesteswetenschappen is precair. In een tijd waarin de neoliberale marktideologie ook de universiteit stevig in haar greep heeft, worden met name geesteswetenschappen die geen zichtbare bijdrage leveren aan economische groei, waarvan het nut niet aantoonbaar is, of waarvan de efficiëntie wordt betwijfeld,  in weerwil van hun vaak internationale reputatie in hun voortbestaan bedreigd, als ze inmiddels al niet wegbezuinigd zijn. In de poging het tij te keren, wordt enerzijds getracht de geesteswetenschappen te ‘vermarkten’ door allianties aan te gaan met het bedrijfsleven, bijvoorbeeld in het kader van het topsectorenbeleid van de overheid (Creative Industries), en wordt anderzijds gepoogd aan te tonen dat investering in de geesteswetenschappen zinvol is, omdat hun waarde verder reikt dan economisch nut. Bijvoorbeeld omdat ze bijdragen aan de vorming van de persoonlijke en nationale identiteit, het democratisch bewustzijn en morele verantwoordelijkheidsgevoel versterken, of – en niet in de laatste plaats – omdat geesteswetenschappelijke reflectie op mens en cultuur intrinsieke waarde heeft. Een niet gereflecteerd leven, zo merkte Socrates reeds op, is immers niet waard geleefd te worden.

De geesteswetenschapper die de tweede strategie volgt, ziet zich momenteel evenwel geplaatst voor drie inhoudelijke uitdagingen, die mij minstens zo cruciaal lijken voor de toekomst van de geesteswetenschappen als de eenzijdige beoordeling in termen van economisch nut.

In de eerste plaats daagt de alomtegenwoordige informatisering de geesteswetenschappen uit te reflecteren op de veranderende aard van de culturele reflectie en overdracht in de digitale cultuur. Op welke wijze transformeren de hypermedia, die een integraal onderdeel aan het worden zijn van onze cognitieve structuur, het lezen, interpreteren en schrijven, en wat betekent dit voor de menselijke identiteit en levensvorm? De reflectie op deze vragen raakt ook de werkwijze van de geesteswetenschappen zelf: op welke wijze kunnen hypertekst, sociale media, databases, serious gaming etc. op zinvolle wijze worden aangewend in het onderzoek en de overdracht van de bevindingen? Het gaat er daarbij niet alleen om dat de geesteswetenschappen hierdoor zichtbaar en hoorbaar blijven in de digitale cultuur. Zoals zij een cruciale bijdrage hebben geleverd aan de ontwikkeling van het ‘besturingsysteem’ van de traditionele schriftcultuur, zo ligt er tevens een formidabele uitdaging op de geesteswetenschappen te wachten met betrekking tot het verbeelden en ontwerpen van de cognitieve vaardigheden die benodigd zijn voor het leven in een digitale cultuur.

In de tweede plaats daagt de naturalisering van het wereldbeeld de geesteswetenschappen uit te reflecteren op de betekenis van de „kolonisatie‟ van de geesteswetenschappen door natuurwetenschappen als de neodarwinistische genetica en de neurowetenschappen. Zijn alle culturele expressies te reduceren tot hun ‘nut en nadeel’ in de evolutie van het leven? Zijn wij werkelijk ons brein?  Is de vrije wil een illusie? Van belang is dat de geesteswetenschappen hierbij geen achterhoedegevecht aangaan, maar in interdisciplinaire samenwerking met natuurwetenschappers hun eigen kennis en methoden inzetten om tot een vollediger en volwaardiger begrip te komen van op de complexe samenhang van natuur en geest. De tijd is er rijp voor. Waar in de beginjaren van de moleculaire genetica de neiging bestond mensen te reduceren tot voertuigen van zelfzuchtige genen, daar wordt in de systeemtheorie nu gesproken van organen en weefsels die genen interpreteren en recombineren ten behoeve van de productie van stoffen die zij nodig hebben, en wordt in de epigenetica onderzocht wat de invloed is van de context – zoals aangeleerd gedrag – voor de expressie van de genen. Deze ontwikkeling maakt bijvoorbeeld dat het klassieke nature-nurture debat aan een fundamentele herijking toe is. De genetica heeft sinds niet veel meer dan vier decennia ervaring met de interpretatie van de vier letters waarin de ‘genetische code’ is geschreven. De geesteswetenschappen hebben ruim vijfentwintig eeuwen ervaring met de interpretatie van context-gebonden boodschappen die uit vijfentwintig of meer letters bestaan. Die ervaring inbrengen in het natuurwetenschappelijk onderzoek is een tweede grote taak voor de geesteswetenschappen. Op naar de ontdekking van het mentoom!

De laatste grote uitdaging voor de geesteswetenschappen wordt gevormd door de globale interculturalisering. Als gevolg daarvan raakt het verstaan en interpreteren van de eigen cultuur en geschiedenis steeds meer verweven met het verstaan en interpreteren van andere culturen en geschiedenissen. Dat betekent, bijvoorbeeld, dat men zich bij de interpretatie van de VOC-mentaliteit niet langer kan beperken tot het Nederlandse gezichtspunt, maar dat men daarbij ook het Spaans, Indonesisch en Ghanees perspectief zijn plaats geeft. En ook hier liggen er belangrijke methodologische vragen. Wat zijn de mogelijkheden en grenzen van intercultureel verstaan en interculturele interpretatie. Kunnen wij uitdrukkingen van culturen waaraan we zelf niet of slechts in geringe mate deelnemen daadwerkelijk begrijpen? En hoe onze persoonlijke en nationale identiteit te bewaren in de overmaat van culturele diversiteit?

De drie genoemde uitdagingen staan niet op zichzelf, maar zijn op vele wijzen met elkaar vervlecht. Zo danken, om een enkel voorbeeld te noemen, zowel de moleculaire genetica als de globale interculturalisering hun bestaan in belangrijke mate aan informatietechnologieën, en de aard daarvan bepaalt mede hoe genetica en interculturaliteit zich ontwikkelen. De uitdaging is niet alleen dat de geesteswetenschappen zich in deze door informatisering, naturalisering en interculturalisering gevormde ruimte een plaats te verwerven, maar – belangrijker nog – zodanig bij te dragen aan de vorming en inrichting van deze ruimte dat daarin nastrevenswaardig menselijk leven mogelijk is en blijft.


Andere bijdragen in Alfa en bèta worden één, Digital humanities, Mondiale blik, Wijsbegeerte