Hersenproces tijdens taal-taak

Monique Flecken
Postdoc onderzoeker Psycholinguïstiek
Donders Centre for Brain, Cognition and Behaviour, Radboud Universiteit Nijmegen

Wat is, volgens u, de meest veelbelovende ontwikkeling in uw vakgebied?

Binnen mijn vakgebied, de psycholinguïstiek (specifiek, de tweedetaalverwerving), is er in de laatste jaren veel veranderd door het toenemende gebruik van neurowetenschappelijke onderzoeksmethoden. Over het algemeen is er een behoefte ontstaan voor het gebruik van methoden die het toelaten om online inzichten te verkrijgen in cognitieve processen tijdens het gebruik van taal. Vroeger werd er in de taalkunde vooral gekeken naar de verwerving van taalkundige vormen (bijv. hoe tweedetaalleerders woorden voor objecten of bepaalde onderdelen van de grammatica van een taal leren), later werd de functie van bepaalde vormen pas belangrijker (bijv. de functie van bepaalde grammaticale categorieën). Tegenwoordig is het cognitieve proces wat ten grondslag ligt aan gedrag erg belangrijk. Een voorbeeld van het indirect meten van cognitieve processen is het analyseren van reactietijden in gedragsexperimenten: in een ‘lexicale decisie’ taak, bijvoorbeeld, moeten proefpersonen beslissen of een bepaald woord een echt woord of een non-woord (een woord dat niet bestaat) is in hun eerste of tweede taal – vaak voorafgegaan door een ander woord, dat wel of niet gerelateerd is aan dit woord. Gemeten wordt hoe snel proefpersonen reageren, als functie van de mate van gerelateerdheid van het voorafgaande woord. Tegenwoordig is het gebruik van eye tracking (registratie van oogbewegingen tijdens een taal-taak, bijvoorbeeld lezen, of het luisteren naar zinnen en het tegelijkertijd bekijken van visuele stimuli), EEG (het meten van de elektrische activiteit van de hersenen door middel van elektroden op de schedel tijdens bijv. het lezen van zinnen met en zonder grammaticale of lexicale foutjes) en fMRI (het meten van activiteit in bepaalde gebieden van de hersenen) omvangrijk; taal- en hersenonderzoekers of cognitiewetenschappers hebben nu een duidelijker beeld van de processen die zich in de hersenen afspelen tijdens het uitvoeren van een taal-taak.

 Hoe ziet u de toekomst van uw discipline?

Onderzoek binnen de taalkunde gaat steeds meer gebruik maken van neuro-wetenschappelijke methoden. Dit is heel belangrijk en interessant, maar hierdoor wordt het moeilijk om complexere taalkundige verschijnselen te onderzoeken: Het is lastig om neuro-cognitieve experimenten te ontwikkelen waarin het mogelijk is complexere taalstructuren te testen. De verschijnselen die onderzocht worden liggen vaak op het niveau van losse woorden, dus de focus op taal en taalverwerving is vaak tamelijk kleinschalig en basaal. De productie of het begrip van complexe syntactische structuren op zinsniveau, of informatiestructuren in langere teksten, zijn moeilijk te onderzoeken. Dit heeft als gevolg dat onderzoekers conclusies trekken over taalverwervingsprocessen, op basis van tamelijk simplistische situaties van taalgebruik. Dit heeft ook invloed op de bereidheid van vaktijdschriften om studies te publiceren die complexere, en dus realistischere situaties van taalgebruik onderzoeken. Bijvoorbeeld, onderzoek naar hoe tweedetaalleerders leren om hele situaties of gebeurtenissen te conceptualiseren en beschrijven in hun tweede taal. Onderzoek toont aan dat dit soort taalgebruik sterk taal-specifiek is en dat informatiestructuren in zinnen en teksten sterk afhangt van het lexicon en de grammatica van een bepaalde taal. Onderzoek laat ook zien dat dit type taalgebruik erg moeilijk te leren is, zelfs als mensen een hoog niveau hebben in hun tweede taal, en zelfs als mensen al lang in een land wonen waar de tweede taal gesproken wordt. Het is dus een uitdaging om dit soort taalgebruik te onderzoeken met neurowetenschappelijke methodes.

Wat is het belang van de geesteswetenschappen?

Het begrijpen hoe een taalsysteem in zijn complexiteit functioneert, hoe het verworven wordt, en hoe de taal die je spreekt je interpretatie en waarneming van bepaalde objecten, situaties en gebeurtenissen kan beïnvloeden is van groot belang, bijvoorbeeld in het kader van communicatie (intercultureel), integratie en politiek op internationaal niveau. Er wordt veel subsidiegeld gepompt in hersenonderzoek naar taal – ik ben bang dat daardoor een breder perspectief op taal en taalverwerving een beetje verloren gaat. Dit type onderzoek laat een redelijk nauwe focus toe, en ik denk dat het belangrijk is om te stimuleren dat ook geesteswetenschappers (taalkundigen, taaltypologen) deel uitmaken van dit soort onderzoek.


Andere bijdragen in Alfa en bèta worden één, Psycholinguïstiek