Genot is een kunst

Professor dr. Maaike Meijer
Hoogleraar studies van gender en diversiteit
Faculteit Cultuur- en Maatschappijwetenschappen, Universiteit Maastricht

Het belang van geesteswetenschappen:

Geesteswetenschappen brengen vreugde en kwaliteit in het individuele mensenleven en in de maatschappij. Studenten in de geesteswetenschappen leren goed lezen, kijken en zich goed uitdrukken. Ze krijgen gevoel voor de schoonheid en helderheid van een mooie tekst, voor een subtiele film, voor de noodzaak van een vormexperiment in de kunst, voor de rijkdom van culturele tradities. Ze leren kritisch nadenken over culturele en sociale kwesties. Wie dat eenmaal heeft geleerd zal niet alleen een leven lang meedoen als kritisch en betrokken burger, die waarden te verdedigen heeft. Hij/ zij heeft er ook een leven lang plezier van en zal zich nooit vervelen. Je blijft dan doorgaan met je te ontwikkelen. Vooral wanneer je de dynamiek van cultuur leert zien, de veranderlijkheid van geschiedenis, mensen, denkwijzen, kunsten – en leert ontrafelen wat die veranderingsprocessen betekenen heb je een bezit voor het leven, want daarmee ga je ook lang na je studie door. Als het goed is plaatsen de geesteswetenschappen geen pakket statische kennis in de hoofden van studenten. Kennispakketten vergeet je. Kritisch denken, van kunst genieten, historische verbanden zien zijn vaardigheden, die je niet meer kunt vergeten of afleren. Het is de taak van de geesteswetenschappen om die vaardigheden in hun complexiteit te demonstreren, de waarde ervan te laten zien, ze vitaal en bij de tijd te houden.

Dat mensen leren genieten door geesteswetenschappen wil ik nog eens benadrukken, om te ontsnappen aan een al te utilitaire visie op geesteswetenschappen. Genot is een kunst, en er is veel meer te genieten als je weet wat er allemaal is aan cultuur en onderscheid kunt maken tussen tradities, verschillende interpretaties, genres, oeuvres, historische ontwikkelingen – of dat nu in de film, de beeldende kunst, de literatuur, muziek, filosofie, geschiedenis of populaire cultuur is.

Wat mijn eigen vak betreft (gender- en diversiteitsstudies); Gender (- tegenwoordig altijd verbonden met andere hiërarchieën, zoals leeftijd, etniciteit, seksualiteit) is vooral een kritische invalshoek die elk onderzoek kan verrijken. Het is de vraag naar: voor wie geldt dit? Wiens verhaal wordt hier verteld? Zijn er ook andere – minder zichtbare – verhalen? Welke verschillende posities en belangen spelen hier (ongeacht welk vraagstuk je onderhanden hebt) een rol?

De meest veelbelovende ontwikkeling – dat zijn er verschillende. Ik ben altijd weer onder de indruk van de vitaliteit van het gebied. Er is nu veel belangstelling voor transgenders en transgenderisme, niet alleen in kunst en cultuur maar ook in sociale, historische en medische wetenschap. Dat is niet alleen een onderwerp wat mensen raakt die altijd tussen wal en schip vielen, maar het is ook een onderzoeksobject dat de conceptualisering en sekse, gender en seksualiteit enorm op scherp stelt. Verder vind ik de studies naar de culturele en historische verandering van mannelijkheid interessant (ik werk op dat gebied) en de studie van het ‘affect’ in de kunst: hoe komt het dat een kunstwerk je beroert, pakt en hoe is het lichaam daarin betrokken? Zelf ben ik op dit moment ook geïnteresseerd in fluctuaties van de kloof tussen klassieke en populaire cultuur. Die kloof is er niet altijd geweest – zij heeft een heel bewogen geschiedenis. Heel wat debatten over cultuur raken eraan. Die kloof is diep gegenderd. Tegenwoordig is literatuur bijvoorbeeld weer enorm autobiografisch – dat is bijna de nieuwe norm geworden, ongetwijfeld onder invloed van de dominantie van televisie. Maar het autobiografisch schrijven van vrouwen werd tot voor kort veel sneller afgeserveerd dan dat van mannelijke auteurs. Ik wil dan weten hoe dat zit, waar het omslagpunt zit, onder invloed waarvan de autobiografische modus van minder gewaardeerd en aan vrouwen toegeschreven subgenre tot norm kan worden. In de beeldende kunst speelt dat ook. En het zou kunnen dat deze ontwikkeling in feite draait om een dieperliggende en wat mij betreft dringende, serieus te nemen vraag van relevantie van kunst voor het leven.

De toekomst van de discipline – in mijn geval is het een interdiscipline. Op dit moment wordt genderstudies steeds meer opgenomen in allerlei disciplines en de deskundigheid is op dit gebied wijd verspreid geraakt. Er zijn bijvoorbeeld veel hoogleraren geschiedenis met een achtergrond in de genderstudies die op die manier verankerd raakt in de mainstream. Ik verwacht dat die verspreiding doorzet. Het gevaar van verwatering is er wel enigszins maar tegelijk heb je een paar ‘centres of excellence’ op dit gebied met een internationale reputatie en uitstraling die het vak blijven door ontwikkelen.


Andere bijdragen in Gender studies, Nieuwe onderzoeksgebieden, Samenwerken binnen de geesteswetenschappen