Eén grote taalfamilie

Professor dr. Sacha Lubotsky
Professor Indo-Europese linguïstiek
Centre for Linguistics, Universiteit Leiden

Mijn vakgebied: de Vergelijkende Indo-Europese Taalwetenschap

Het grootste deel van de huidige talen van Europa (zoals de Germaanse, de Romaanse, de Slavische) tot aan India (Armeens, Perzisch, Hindi) behoort tot één taalfamilie, de Indo-Europese. Het staat vast dat deze taalfamilie is ontstaan uit één gemeenschappelijke moedertaal, het Proto-Indo-Europees. Deze taal werd ca. 4000 v.Chr. gesproken in Zuid-Rusland. De taak van de Vergelijkende Indo-Europese Taalwetenschap is deze taal (die natuurlijk al lang is uitgestorven) te “reconstrueren” en de historische ontwikkeling van alle Indo-Europese talen in kaart te brengen. Door taalvergelijking kunnen we, bij wijze van spreken, vaststellen hoe het Nederlands van 6000 jaar geleden eruit zag.

Wat is, volgens u, de meest veelbelovende ontwikkeling in uw vakgebied?

Elke taal draagt zeer veel informatie over de geschiedenis van zijn sprekers: met welke volkeren kwamen ze in aanraking, waar hebben ze vroeger geleefd, wat hebben ze gegeten, wat waren hun sociale structuren, etc. Ook voor de Indo-Europese talen proberen we een antwoord op deze intrigerende vragen te vinden. Daarbij werken we steeds meer samen met de archeologen, die over veel kennis over de materiële cultuur van de Indo-Europeanen inbrengen, en met de genetici die migraties kunnen vaststellen.

Er kan ieder moment een nieuwe Indo-Europese taal gevonden of ontcijferd worden en dan ziet het vakgebied er opeens heel anders uit. Dat gebeurde bijvoorbeeld aan het begin van de 20ste eeuw toen het Hittitisch in Anatolië en het Tochaars in China werden gevonden, wat onze kennis van het Indo-Europees enorm verrijkt heeft.

Hoe ziet u de toekomst van uw discipline?

Dit is een klein vak, maar ieder jaar trekt het 5 tot 10 zeer gemotiveerde studenten, en zolang die belangstelling blijft, zie ik de toekomst van mijn discipline rooskleurig in. Het is en blijft bijzonder fascinerend bijvoorbeeld te ontdekken (met een knipoog naar de naam van dit tijdschrift) dat de Nederlandse woorden geel, goud, gal met elkaar verwant zijn en teruggaan op een benaming van een groen-gele kleur die we ook vinden in Griekse khlôrós ‘groen, geel’ (ons bekend in chloor en chlorofyl) en khólos ‘gal’ (ons bekend in cholera), maar ook in het Sanskriet werkwoord voor ‘boos zijn, zich (groen en geel) ergeren’.

Wat is het belang van de geesteswetenschappen?

De mens is nieuwsgierig naar allerlei vragen over zijn verleden, over de werking van taal, over de precieze betekenis van oude en niet zo oude teksten, of het nou de Veda’s, de Koran of de Bijbel betreft, of Homerus, Dante of Shakespeare, en, tenslotte, over de zin van het leven. Daarom blijven we de historici, taalkundigen, filologen, godsdienstwetenschappers en filosofen nodig hebben.


Andere bijdragen in Linguïstiek, Samenwerken binnen de geesteswetenschappen