Fandom, fan-culture, en fan-practices

Dr Evert Jan van Leeuwen
UD Engelse Taal en Cultuur
Centre for the Arts in Society, Universiteit Leiden

Het vakgebied waarbinnen ik werk is Engelse taal en cultuur. Mijn specifieke onderzoeksveld binnen dit vakgebied is Engelstalige populaire cultuur, met name horror en science fiction. Ik was kort geleden op het jaarlijkse congres van de International Association for the Fantastic in the Arts (IAFA). Op dit congres leerde ik dat fandom, fan-culture, en fan-practices een van de snelst groeide takken van onderzoek is binnen mijn vakgebied. De relatie tussen de tekst en de consument staat (weer) centraal. Een van de pioniers  van deze tak van cultuuronderzoek is professor Constance Penley, die in haar boek NASA/Trek (1997) liet zien hoe nauw de consumptie van populaire science fiction verhalen verweven is met  de beleving van en de ideeën over het ‘echte’ ruimte programma van de Amerikaans overheid. Een ander voorbeeld is Gothic Realities (2010).  In dit boek onderzoekt Andrew Cooper de populariteit van horror cultuur en toont hij aan wat voor positieve en negatieve invloed horror verhalen hebben op het alledaagse wereldbeeld en het gedrag van horror fans.

Empirisch literatuuronderzoek (Hakemulder 2000) heeft aangetoond dat literatuur een vormend karakter kan hebben op de lezer.  Een schrijver als Stephen King heeft in de laatste 4 decennia zo’n 300 miljoen boeken verkocht. Hoe prachtig en leerzaam het werk van de Nobel prijswinnaars ook mag wezen, veel meer mensen lezen vaker en met meer aandacht het werk van King, Brown of Rowling. Omdat populaire cultuur in hogere mate wordt geconsumeerd dan cultuur met en grote C, heeft deze een grotere kans de gedachten en identiteit van haar lezers te vormen.

In een lezing op het IAFA congres sprak de populaire auteur Neil Gaiman over het feit dat geen enkele lezer ooit hetzelfde boek leest, of zich het verhaal herinnert zoals de schrijver dat op papier heeft gezet. Gaiman benadrukte de actieve rol die de lezer speelt in het maken en in leven houden van verhalen. De teksten die Gaiman schrijft en publiceert zijn volgens hem slechts grove schetsen die door de verbeeldingskracht van de lezer worden omgetoverd tot een volledig schilderij (mijn metafoor). Hoe meer literatuuronderzoekers zich zullen gaan richten op het feit dat verhalen tot stand komen en blijven bestaan in de intieme relatie tussen de tekst en de lezer, hoe meer zij methodes en technieken zullen gaan uitwisselen en samenwerkingsverbanden zullen gaan leggen met andere vakgebieden waarin onderzoek naar de ervaringswereld van de mens centraal staat.

Geesteswetenschappers bestuderen de producten van de menselijke geest. Of dit nu een religieus, filosofisch of politiek gedachtegoed is, historische bronnen zijn, of een vorm van kunstzinnige expressie is, deze producten hebben hun oorsprong in het individuele (of misschien wel collectieve ) bewustzijn, de verbeeldingskracht en het geheugen van de mens. Ik maak me daarom geen zorgen over het bestaansrecht van de geesteswetenschappen. Deze is gewaarborgd zolang de menselijke geest creatief blijft en zich uitdrukt in taal, beeld en geluid. De opkomst van steeds weer nieuwe media voor collectieve- en zelfexpressie zal er voor zorgen dat de geesteswetenschapper zich ook telkens weer opnieuw zal uitvinden.


Andere bijdragen in Engelse taal en cultuur, Nieuwe onderzoeksgebieden, Samenwerken binnen de geesteswetenschappen