Relatie wetenschap, technologie en politiek

Dr. Huub Dijstelboem
Universitair docent Wetenschapsfilosofie en onderzoeker en projectleider WRR
Wijsbegeerte, Universiteit van Amsterdam

Wat is, volgens u, de meest veelbelovende ontwikkeling in uw vakgebied?

De wetenschapsfilosofie is een vreemde eend in de bijt. Zij valt onder de wijsbegeerte maar bestudeert andere (sommigen zouden zeggen: “echte”) wetenschappen. Oorspronkelijk is zij vooral gericht op de natuurwetenschappen (specifiek zelfs de natuurkunde) maar tegenwoordig heeft zij vrijwel alle gebieden van de economische tot de juridische disciplines in het vizier. De wetenschapsfilosofie heeft dus altijd al uit het venster van het geesteswetenschappelijke gebouw gekeken. Maar uit het raam staren en naar de buren kijken is niet genoeg. De meest veelbelovende ontwikkeling van de laatste tijd is dat het vakgebied zich veel breder richt op de bestudering van de hedendaagse wetenschappelijke cultuur en de betekenis van de technologische samenleving is gaan oriënteren. Zij onderzoekt de relatie tussen wetenschap, technologie en politiek.

Hoe ziet u de toekomst van uw discipline? 

Als een combinatie van wetenschapsfilosofie, sociologie en politieke theorie. Dat wil zeggen: als een discipline die bestudeert hoe kennis tot stand komt, welke positie de wetenschappen in een samenleving innemen, welke verhouding er tot politiek bestaat, welke consequenties wetenschappelijke en technologische bevindingen hebben en welke betekenis dit voor het bestuur van een samenleving, voor instituties en organisaties en voor mensen zelf heeft. Om dat te bestuderen zijn natuurlijk theorieën en concepten nodig maar zal ook empirisch onderzoek moeten worden verricht naar concrete vraagstukken zoals rond klimaat, voedsel, energie en volksgezondheid, belangrijke kwesties met een sterke wetenschappelijke en technologische dimensie. Dat betekent dat wetenschapsfilosofen niet kunnen volstaan met het in formele zin beschrijven hoe kennisclaims tot stand komen of uittekenen hoe goed onderzoek er uit zou moeten zien. Ze zullen alle zeilen moeten bijzetten om te onderzoeken welke nieuwe politieke vragen zich aandienen en welke nieuwe kennisgebieden en onderzoeksvormen (denk aan klimaatwetenschap en het IPCC, het Intergovernmental Panel on Climate Change) er ontstaan. Pas op grond van inzichten in actuele ontwikkelingen vallen interessante normatieve en methodologische vraagstukken te formuleren.

Wat is het belang van de geesteswetenschappen? 

Als de natuurwetenschappen de koning en de maatschappij- en gedragswetenschappen de koningin zijn, welke figuur spelen de geesteswetenschappen dan? Het grootste gevaar is dat de geesteswetenschappen zich aan het schaakspel onttrekken en zich manifesteren als de hoeder van geschiedenis, taal en cultuur zonder zelf een zet te doen. De geesteswetenschappen zouden in staat moeten zijn de (historische) achtergronden en culturele verbanden, ook mediaal, tussen bepalende maatschappelijke ontwikkelingen te duiden, zoals rond globalisering, technologie, economische orde en geopolitieke kwesties. De situatie is hoopgevend: veel faculteiten, bestuurders en vooral ook: onderzoekers, ook in Nederland, nemen deze uitdaging op zich. Het bestaansrecht van de geesteswetenschappen zal zich moeten bewijzen door het verklaren en begrijpelijk maken van de hedendaagse cultuur en in die cultuur spelen globalisering, media, wetenschap, economie en technologie een toonaangevende rol.


Andere bijdragen in Begrijpen én verklaren, De mens voorbij, Mondiale blik, Samen met de gamma’s, Samenwerken binnen de geesteswetenschappen, Wijsbegeerte