Geesteswetenschappers moeten vuile handen durven maken!

Dr Marjan Groot & Professor dr. Robert Zwijnenberg
Theorie en Geschiedenis van Design en Decorative Art & Hoogleraar Theorie en Geschiedenis van de relatie tussen kunst en wetenschap
Centre for the Arts in Society, Universiteit Leiden

Wat is, volgens u, de meest veelbelovende ontwikkeling in uw vakgebied?

Als de meest veelbelovende ontwikkeling in dit vakgebied beschouwen wij het feit dat meer en meer kunstenaars en ontwerpers zich engageren met disciplines die traditioneel ver van kunst af staan, in het bijzonder de levenswetenschappen (life sciences) en biotechnologie.

De ontwikkelingen binnen de levenswetenschappen zijn en zullen van grote invloed zijn op onze samenleving en culturele opvattingen over wie en wat we zijn als mens. Denk aan ontwikkelingen op het terrein van genetische modificatie van dieren en gewassen en aan de omarming van de mogelijkheid tot designer babies. Zaken als genetische screening en voorspellende geneeskunde zijn beide ingrijpend voor onze opvattingen over gezondheid en de relatie tussen heden en verleden, over eindigheid, dood en menselijke rampspoed. Ze hebben economische en financiële consequenties (bekostiging van zorg, verzekeringen en dergelijke), en bepalen sociale solidariteit tussen mensen. De levenswetenschappen wijzen bovendien naar een toekomst van human enhancement: de mogelijkheid om met behulp van biotechnologie vermeende tekortkomingen van het menselijk lichaam en de menselijke hersenen te overwinnen. Het is gezien deze ontwikkelingen niet verwonderlijk dat er kunstenaars en ontwerpers zijn die vanuit een artistieke invalshoek en verbeelding een verhouding zoeken tot de levenswetenschappen.   Een engagement met de levenswetenschappen kan vorm en inhoud krijgen in meer  traditionele vormen en materialen of doordat kunstenaars en ontwerpers hands-on participeren in de praktijk van de biotechnologie. Tot de laatste groep horen kunstenaars en designers die met biotechnologische middelen en levende materialen zoals cellen en weefsels in een laboratorium een kunst/designproject maken.

Door binnen de geesteswetenschappen deze artistieke ontwikkelingen te bestuderen en eraan deel te nemen, dus samen met levenswetenschappers en bio-kunstenaars/designers in een lab aan de slag, kunnen geesteswetenschappers op direct onderdeel worden van het academische debat over zeer recente ontwikkelingen in de levenswetenschappen.

Hoe ziet u de toekomst van uw discipline?

Wij merken dat de hedendaagse  geesteswetenschappen in steeds mindere mate zijn betrokken bij publieke en wetenschappelijke debatten. Zorgelijk is ook dat zij hoegenaamd geen onderdeel meer zijn van het proces van ‘agendabepaling’ met betrekking tot belangrijke levenswetenschappelijke kwesties en ontwikkelingen. De toekomst van de geesteswetenschappen – in de zin van maatschappelijke relevantie en urgentie – ligt in het herstellen van een agendabepalende bijdrage aan het publieke debat en niet langer  in een positie waar ze kritisch commentaar leveren op zaken die al lang onontkoombaar in gang zijn gezet.

Wat is het belang van de geesteswetenschappen?

Het belang van de geesteswetenschappen ligt in hun kritische en geëngageerde houding. Dat is voor ons ook het belang van bovenstaande ontwikkelingen in kunst en design. In gezamenlijke projecten met levenswetenschappers en kunstenaars en designers moeten geesteswetenschappers een kritische afstandelijke houding combineren met een hands-on betrokkenheid bij ontwikkelingen in de levenswetenschappen. Geesteswetenschappers moeten vuile handen durven maken!  Wij vinden het ook heel belangrijk dat hiermee al wordt begonnen in het onderwijs aan studenten. Hun leven zal zich immers nog veel meer afspelen in het licht van bovenstaande ontwikkelingen dan dat van vorige generaties.


Andere bijdragen in Alfa en bèta worden één, De mens voorbij, Kunstgeschiedenis, Nieuwe ethische vragen, Samen met de gamma’s, Vermaatschappelijking