De toekomst van de geesteswetenschappen

Professor dr. Marjan Schwegman
Directeur NIOD en hoogleraar Politiek en cultuur in de lange twintigste eeuw
NIOD en faculteit Geesteswetenschappen Universiteit Utrecht

Ik zie de toekomst van de historische wetenschappen (mijn vakgebied) zonnig in. Als ik mij beperk tot het werkterrein van het NIOD (Instituut voor oorlogs,- Holocaust en genocidestudies) zijn veelbelovende ontwikkelingen: (1) internationalisering en (2) het ontstaan van nieuwe expertise op het snijvlak tussen onderzoek- en collectiebeleid.

De bestudering van (de nasleep van) oorlog, massaal geweld en vervolging heeft lange tijd gevangen gezeten in nationale kaders. De doorbreking daarvan heeft geleid tot een explosie van nieuwe onderzoeksvragen, samenwerkingsverbanden en mogelijkheden voor financiering van onderzoeksprojecten. Daarbij worden en passant grote vragen opgeworpen, zoals de vraag in hoeverre de rol die Europa sinds WO II in de wereld wil spelen geïnspireerd wordt door een West-Europees oorlogsverleden, met de Holocaust als centrale betekenisgevende ervaring. Doorbreking van de nationale kaders vindt ook plaats op het snijvlak van onderzoek en collectiebeleid: door oorlogsgerelateerde archiefcollecties die door nationale grenzen van elkaar gescheiden waren digitaal met elkaar te verbinden, ontstaan geavanceerde research infrastructuren die gevoed en bevraagd worden door internationale gemeenschappen van onderzoekers. Ondersteund door de nieuwe mogelijkheden van de digitale technologie, kunnen deze en andere omvangrijke bronnenverzamelingen veel gemakkelijker dan vroeger worden doorzocht. Ontdekking en analyse van onderliggende patronen kan deels tot stand komen met behulp van nieuwe technologische expertise. Deels, want de vragen die de onderzoeker (die steeds vaker deel uitmaakt van een projectgroep) aan het materiaal stelt, blijven m.i. richtinggevend. Dit persoonsgebonden creatieve element (dat geschraagd wordt door onpersoonlijke specialistische vakkennis en dat via een door de gemeenschap van onderzoekers onderschreven systeem van wetenschappelijke verantwoording zo transparant mogelijk wordt gemaakt) vormt in mijn ogen de kracht en de waarde van de historische wetenschappen.

Zoals Carlo Ginzburg in zijn nog steeds relevante artikel ‘Sporen’ uiteen heeft gezet, gaat het in de historische wetenschappen om een ‘gissend weten’: hoe omvangrijk en hoe gestructureerd bronnen ook zijn, het blijven in essentie willekeurige verzamelingen overgebleven sporen van een verleden dat voor altijd verdwenen is. Het zijn aanwijzingen die door de onderzoekers op steeds nieuwe manieren met elkaar in verband worden gebracht. De inzichten die zo worden gegenereerd, zijn dus voortdurend aan verandering onderhevig. Hierin ligt m.i. de waarde van de historische wetenschappen, omdat deze het individu en de gemeenschap in staat stellen steeds weer andere betekenissen te geven aan het verleden en daarmee aan het heden. Soms is daarbij sprake van  een ware ‘breakthrough’: de centrale betekenis die de Holocaust pas vele jaren na afloop van de Tweede Wereldoorlog heeft gekregen is het resultaat van een radicaal nieuw perspectief. Deze revolutionaire perspectiefwisseling is deels het gevolg van nieuwe, op wetenschappelijk onderzoek gebaseerde kennis, en deels van nieuwe vragen en behoeften in de samenleving.

Het type kennis dat de historische wetenschappen genereren is niet zo gemakkelijk te vermarkten. Vermarkting is echter slechts één manier om de waarde van iets aan te tonen. Creatieve, verbeeldingsrijke herinterpretaties van het verleden die wortelen in een maatschappelijke behoefte, zijn m.i. meer dan ooit nodig. De huidige crisis in Europa vraagt bijvoorbeeld niet alleen om nieuwe visies op datgene wat Europa verdeelt en samenbindt, maar ook om herinterpretaties van Europa’s rol in de wereld.


Andere bijdragen in Digital humanities, Geschiedenis, Mondiale blik