De toekomst van de klassieke letterkunde

Dr. Diederik Burgersdijk
NWO VENI postdoc onderzoeker Klassieke talen
Grieks en Latijnse Taal en Cultuur, Radboud Universiteit Nijmegen

De meest beeldbepalende ontwikkeling in de klassieke letterkunde is er niet één die voorkomt uit de discipline zelf, als wel een invloed van daarbuiten: de toepassing van computertechnologie. De digitalisering van vrijwel alle oudheidkundige gebieden, van taal en letteren tot archeologie en receptiestudies, biedt de mogelijkheid tot het verzamelen van aanwezige kennis en het genereren van nieuwe. De blik op de materie wordt breder, zonder verlies van het detail. Gerichte onderzoeksvragen en methodiek, al dan niet binnen het kader van een alomvattende theorie, zijn vereist om het overzicht bij de ontstane mogelijkheden te behouden. Wat de theoretische kaders betreft: deze verschillen per tijdvak en (steeds gefragmenteerdere) discipline. Oude stof, sporadisch aangevuld met nieuwe vondsten, wordt vanuit steeds wisselende perspectieven bezien. In de letterkunde heeft de narratologie, ofwel de bestudering van de formele aspecten van een vertelling op verschillende niveaus, recent de meeste opgang gemaakt.

Bij de specifieke aard van de geesteswetenschappen is er eerder sprake van wisselende benaderingswijzen dan van het bereiken van doorbraken. De voortschrijdende ontsluiting van de klassieke literatuur en geschiedenis is eerder een geleidelijke ontwikkeling, waarbij de geëikte historisch-filologische methode het meest bestendig blijkt. Het voortdurend opnieuw bezien van het klassieke erfgoed is het belang zelf van de letterkunde: het gaat om niets minder dan de vragen wie we zijn en wat we denken – vragen die voor het eerst op schrift zijn gesteld in het Griekenland van de zesde en vijfde eeuw voor Christus. De blik hierop en het gesprek hierover verandert voortdurend; van de vertaling van oude kennis naar het Latijnse westen; de wisseling van een theocentrische naar een humanistische werelbeschouwing, de verandering van een elite- naar een massacultuur, de opeenvolging van wetenschappelijke paradigmata, enzovoort.

Dat gesprek, voor zover het de universitaire wetenschap betreft, zal op de middellange termijn in toenemende mate coöperatief en interdisciplinair beoefend worden. Interdisciplinariteit, zoals bijvoorbeeld bij een combinatie van tekst en beeld (letterkundig en kunsthistorisch) of toepassing van samenlevingstheorieën op de materiële vondsten (sociologisch en archeologisch), betekent tevens de inperking van het primaat van de tekst, die in oudheidkundig onderzoek lange tijd maatgevend is geweest. Naast interdisciplinariteit zal ook multidisciplinariteit, als gevolg van verdergaande specialisaties, een plaats behouden.

De resultaten daarvan zullen door maatschappelijke verwachtingen snel toegankelijk zijn dankzij de mogelijheden die databases en internet daartoe bieden, maar dit zal de kwaliteit en overzichtelijkheid niet ten goede komen: er is veel vraag naar iets waar niemand naar verlangt. Een kritische houding ten aanzien van wetenschappelijke productie blijft daarom van levensbelang; beproefde instrumenten en instituten dienen in stand gehouden te worden en uitgeverijen, redacties en onderzoeksinstituten krijgen een zwaardere verantwoordelijkheid in het behoud van kwaliteit. Door toenemende openbaarmaking van onderzoeksgegevens en publicaties zal auteursrecht en daaraan verbonden kwesties als herkomst, autenthiciteit en betrouwbaarheid, in belang en complexiteit toenemen. Daarbij zullen de vervagende grenzen tussen wetenschap enerzijds en (journalistieke) popularisering anderzijds door gedetailleerde protocollen worden bewaakt. Formalisering en juridisering zullen het gezicht van de (geestes)wetenschappen in het algemeen en de letterkunde in het bijzonder meer en meer gaan bepalen. Terwijl het corpus van de klassieke letteren onveranderlijk lijkt, verandert dat toch met de blik van de beschouwer en de omstandigheden waarin deze verkeert.


Andere bijdragen in Digital humanities, Klassieke talen, Nieuwe onderzoeksgebieden, Samenwerken binnen de geesteswetenschappen, Vermaatschappelijking