Het belang van kunstgeschiedenis

Dr. Sandra Kisters
Moderne en hedendaagse beeldende kunst
Kunstgeschiedenis, Universiteit Utrecht

Wat is, volgens u, de meest veelbelovende ontwikkeling in uw vakgebied?

De beeldende kunst wordt in deze tijd van globalisatie in een steeds breder kader bestudeerd. Kunst ontstaat niet in een vacuüm, gemaakt door een geïsoleerd genie in een eenzaam atelier, maar wordt beïnvloed door de tijd en plaats waar zij wordt gemaakt. Bovendien zijn we door kunstenaars als Ai Weiwei, die actief gebruik maken van het internet, steeds sneller op de hoogte van wat kunstenaars aan de andere kant van de wereld doen.

In de kunstgeschiedenis is er tegenwoordig meer aandacht voor artistieke netwerken en voor de invloed van de omgeving op de kunstenaar; en niet alleen voor de invloed van leermeesters of collega-kunstenaars, maar ook voor de rol van kunsthandelaren, critici, biografen en conservatoren, en andere belangrijke bemiddelaars in het culturele veld. Op dit moment verschijnen er veel studies waarin de (sociaal-maatschappelijke, artistieke of beeldvormende) functie van het atelier van de kunstenaar centraal staat, zoals Hiding Making – Showing Creation. The Studio from Turner to Tacita Dean, Rachel Esner, Sandra Kisters en Ann-Sophie Lehmann (red.) 2013, en The Fall of the Studio, Wouter Davidts en Kim Paice (red.), 2009 of studies waarin onderzoek wordt gedaan naar de rol van de kunstenaar zelf als sturende figuur in de interpretatie van en waardering voor zijn werk, zoals Die Wiederkehr des Künstlers van Verana Krieger et al. (red.) 2011, of het proefschrift Leven als een kunstenaar. Invloeden op de beeldvorming van moderne kunstenaars, Sandra Kisters, 2010.

Uiteraard noem ik nu een paar voorbeelden van veelbelovende ontwikkelingen in het vak waarbij ik zelf betrokken ben, maar de kunstgeschiedenis is veelvorming en wordt nog steeds vanuit veel verschillende standpunten bestudeerd. Iets waardoor het vakgebied boeiend en onafhankelijk blijft.

Hoe ziet u de toekomst van uw discipline?

Door de opkomst van interdisciplinaire studies, vaak onder de noemer van de algemene cultuurwetenschappen, waarin nieuwe media, het internet, literatuur, muziek, theater en de beeldende kunsten in verband met elkaar worden bestudeerd, staat de studie onder druk. Veel studenten kiezen voor een brede interdisciplinaire studie omdat ze hopen hiermee meer kans te maken op de arbeidsmarkt of omdat ze het lastig vinden om te kiezen.

De opleiding kunstgeschiedenis kan hier op twee manieren mee omgaan. Enerzijds is het goed om vast te houden aan de eigen kennis; unieke kennis over het onderzoeken van beeldende kunst, waardoor er goede tentoonstellings- en bestandscatalogi kunnen worden geschreven en er gedegen onderzoek wordt gedaan naar de voorstelling, betekenis en herkomst van een kunstwerk. Er moeten tenslotte mensen worden opgeleid die het culturele erfgoed van Nederland kunnen beheren, behouden en ontsluiten. Anderzijds moet de kunstgeschiedenis meegaan met de tijd en de nieuwe media toelaten tot haar domein. Hedendaagse kunstenaars werken met veel verschillende media en denken niet in vastomlijnde kaders; zo is er sprake van een cinematographic turn in de beeldende kunst. De beeldvorming van deze kunstenaars wordt eveneens gevormd door nieuwe media; van fotografie en film tot en met digitale media.

Momenteel legt de overheid een enorme druk op juist de geesteswetenschappen door te eisen dat zij economische relevantie hebben. Kunst of de studie van kunst moet geld opleveren, nut hebben. In zekere zin levert het vakgebied ook geld op; musea worden drukbezocht, tentoonstellingscatalogi gekocht, en in immateriële zin wordt er door kunsteducatie op school en in musea kennis overgedragen op mensen van jong tot oud. De kennis die kan leiden tot mooie tentoonstellingen en interessant lesmateriaal kan niet altijd worden gestuurd. Als er iets is gebleken in de wetenschappen, en niet alleen de geesteswetenschappen, door de eeuwen heen, dan is het wel dat interessante ontdekkingen niet gepland kunnen worden en dat onderzoek – als het goed is! –geen gegarandeerde uitkomst of financieel succes heeft.

Wat is het belang van de geesteswetenschappen?

De geesteswetenschappen worden tegenwoordig weggezet als een linkse hobby. Iets dat er alleen toe doet als men alles al heeft of uit een links politiek milieu komt. Maar weinig mensen realiseren zich dat vrijwel alles om hen heen te maken heeft met geesteswetenschappen. Zonder goed opgeleide kunsthistorici, historici, taal- literatuur-, film- en theaterwetenschappers worden er geen goede architecten, ontwerpers, docenten en kunstenaars meer opgeleid. Dan is er niemand meer die ons kan vertellen hoe we iets kunnen leren van het verleden. Dan leren kinderen op school alleen nog rekenen en (een beetje) schrijven en gebruikt niemand meer zijn fantasie. Dan leven we uiteindelijk in een grijze wereld, met grijze eenvormige, goedkope gebouwen, volgehangen met foto’s op canvas van de eigen kinderen, waarin iedereen op een reusachtige flatscreentelevisie naar reality-tv kijkt, omdat niemand meer weet hoe je een interessant scenario schrijft.

In het dagelijks leven van vrijwel ieder mens speelt kunst een rol, of dit door de inrichting van zijn huis, door het lezen van een roman of het (be)kijken van een film of een kunstwerk is. Kunst kan ontroeren, ontspannen, vermaken, verdiepen, verheffen of een vlucht bieden uit de werkelijkheid. Kunst kan ons helpen iets te leren of begrijpen van het verleden. Iedereen weet dat grote kunstenaars, of dit nu beeldend kunstenaars zijn of musici, filmmakers of schrijvers, zich laten inspireren door grote voorbeelden. Maar hoe kunnen zij iets leren over die grote voorbeelden als er niemand meer is die daar iets zinnigs over kan vertellen?


Andere bijdragen in Kunstgeschiedenis, Mondiale blik, Samenwerken binnen de geesteswetenschappen, Vermaatschappelijking