Computers in de Filosofie

Professor Dr. Arianna Betti, Dr. Hein van den Berg & Jeroen Smid, MA
Professor in Taalfilosofie, Wijsbegeerte & Institute for Logic, Language and Computation; Universitair docent (RuG) en Postdoc Geschiedenis van de Filosofie (VU) & PhD-student in Theoretische filosofie
Universiteit van Amsterdam, Rijksuniversiteit Groningen, Vrije Universiteit Amsterdam & Universiteit van Lund, Zweden

Wat is, volgens u, de meest veelbelovende ontwikkeling in uw vakgebied?

De ontwikkeling van computertechnologieën veranderen de geesteswetenschappen ingrijpend. Google’s NGram Viewer maakt het mogelijk om culturele fenomenen te bestuderen door middel van de analyse van miljoenen boeken. Zoekt men bijvoorbeeld met dit programma naar de Joodse kunstenaar Marc Chagall, dan ziet men dat de naam Marc Chagall tussen 1934 en 1940 in alle Duitstalige boeken steeds minder voorkomt. Historici beschikken zo over kwantitatieve data die kunnen helpen met de bestudering van, bijvoorbeeld, censuur tijdens het Naziregime. In het nieuwe onderzoeksveld Digital Humanities onderzoekt men culturele data die verkregen zijn of geanalyseerd worden middels zulke computertechnologieën.

In de filosofie worden computertechnologieën pas sinds kort toegepast. Deze ontwikkeling is veelbelovend en zal de filosofie veranderen. De filosofie omvat vele deelgebieden. Ethici bestuderen welke normen en waarden we kunnen rechtvaardigen. Wetenschapsfilosofen onderzoeken methoden en theorievorming binnen de wetenschappen. In de geschiedenis van de filosofie onderzoekt men de ontwikkeling en betekenisverandering van begrippen zoals ‘waarheid’, ‘deugd’ en ‘democratie’.  Computertechnologieën zorgen voor methodologische vernieuwing in deze disciplines en geven aanleiding tot nieuwe onderzoeksvragen.

De methode van de filosofie wordt vaak omschreven als conceptuele analyse. Een ethicus kan op basis van de kwalitatieve analyse van een relatief kleine hoeveelheid tekst jarenlang nadenken over de betekenis van ‘autonomie’. Een historicus van de filosofie kan zijn carrière besteden aan de interpretatie van Kants begrip ‘Organismus’ en het belang van dit begrip voor de negentiende-eeuwse biologie. Traditionele filosofische methoden zijn tijdrovend, kwalitatief, en relatief kleinschalig. Met computertechnologie, zoals Google NGram, kan men met een muisklik vaststellen dat het gebruik (frequentie) van de term ‘Organismus’ tussen  1805 en 1830 drastisch afneemt. In korte tijd bezit men kwantitatieve kennis van  een grote hoeveelheid data. Deze methoden geven aanleiding tot het stellen van nieuwe onderzoeksvragen die moeilijk beantwoordbaar zijn met traditionele methoden. Zo kan de historicus van de filosofie nu op grote schaal onderzoeken, bijvoorbeeld, welke invloed Kants filosofie heeft gehad op filosofische, biologische en theologische debatten in de negentiende eeuw.

Hoe ziet u de toekomst van uw discipline?

De toekomst van de filosofie zal fundamenteel verschillen van de huidige praktijk. Door het gebruik van computertechnologieën moet de filosoof samenwerken met computerwetenschappers, taalwetenschappers en andere vakwetenschappers. De grenzen tussen verschillende vakgebieden zullen verder vervagen. Tegelijkertijd zal juist de filosofie methodologische vragen stellen: leveren computertechnologieën nieuwe soorten bewijs? Maken computertechnologieën ons onderzoek objectiever? Moeten geesteswetenschappers patronen en regelmatigheden bestuderen, of zich concentreren op het individuele en specifieke? De toekomst van de filosofie zal zodoende gekenmerkt worden door het groeiend gebruik van, en filosofische reflectie op, computertechnologieën.

Wat is het belang van de geesteswetenschappen?

De transformatie van de geesteswetenschappen en filosofie betreft niet alleen het onderzoek maar ook het onderwijs. Filosofen wordt geleerd goed te lezen, schrijven, en te argumenteren. In de toekomst zal de filosoof in teamverband ook kennis en vaardigheden opdoen met betrekking tot statistische analyses, programmeertalen en visualisatiemethoden. Deze vaardigheden zullen de bestaande kloof tussen capaciteiten van geesteswetenschappers en de vraag vanuit het bedrijfsleven verkleinen. Tegelijkertijd is filosofische reflectie op het gebruik van computertechnologieën in de wetenschap en samenleving van groot maatschappelijk belang. Zo zal, gezien de financiële druk op ons huidige gezondheidsstelsel, het gebruik van robots in de gezondheidszorg toenemen (zogenaamde carebots). Deze ontwikkeling brengt fundamentele filosofische en ethische vragen met zich mee: kunnen carebots net als mensen moreel handelen? Als een carebot schade toebrengt, wie is er dan verantwoordelijk? Welke handelingen mogen we aan carebots overlaten? Traditionele filosofische vragen naar de aard van de mens, moraal en het goede leven blijven zodoende van grote maatschappelijke waarde.   


Andere bijdragen in Alfa en bèta worden één, Digital humanities, Nieuwe ethische vragen, Samenwerken binnen de geesteswetenschappen, Wijsbegeerte