Geesteswetenschappers, pas op uw zaak!

Dr. Stefan Couperus
Postdoc onderzoeker Politieke geschiedenis
Instituut voor geschiedenis en kunstgeschiedenis, Universiteit Utrecht

Wat is, volgens u, de meest veelbelovende ontwikkeling in uw vakgebied?

Het onderzoek naar (globale) variaties in welvaart(groei) en institutionele verandering over zeer lange periodes door – met name – (Utrechtse) economisch historici. Methodologisch vernieuwend is daarbij het gebruik van zeer uitvoerige kwantitatieve, gedigitaliseerde gegevens op basis waarvan kwalitatieve uitspraken kunnen worden gedaan over de historische aard van rijkdom, armoede en ongelijkheid, en de politieke, sociale en economische instituties die daarbij een rol speelden – en spelen.

Hoe ziet u de toekomst van uw discipline?

Door de scherpe articulatie van bijvoorbeeld de digital humanities en de nadruk op de wenselijkheid van multidisciplinariteit– vooral met het oog op de sociale wetenschappen – en valorisatie, dreigt de kernvraag binnen de geesteswetenschappen (niet het noodzakelijkerwijs erklären van menselijk handelen en denken, maar veeleer het verstehen (interpreteren, duiden, contextualiseren en begrijpen) ervan) in de verdrukking te raken. Geesteswetenschappers, pas op uw zaak. Gelukkig is tamelijk recent binnen de sociale en politieke wetenschappen omgekeerd de waarde van een interpretatieve benadering of de ‘humanisering van sociaalwetenschappelijk onderzoek’ onderkend. Ik doe dus geen oproep tot het barricaderen van de disciplinaire (leer)stellingen.

Wat is het belang van de geesteswetenschappen?

In essentie het inzichtelijk maken van de geestelijke (on)vermogens van de mens via taal en taligheid. Geen enkel (symbolisch) systeem kan zo idiosyncratisch en fluïde tegelijk zijn als taal, zonder dat het zijn functie of betekenis verliest – anders dan in de wiskunde bijvoorbeeld. Geesteswetenschappers zijn door de bank genomen de meesters van de taal; het is door en via taal dat zij de premissen van kennis kunnen aanwijzen, bevragen en veranderen. Ontologische vragen, met andere woorden, vragen over de aard van kennis en weten, zijn bij uitstek vragen die door geesteswetenschappers gesteld kunnen worden – en beantwoord moeten worden. Deze vragen zullen onverkort onderdeel blijven van wetenschap in brede zin. Op een meer tastbaar niveau scheppen geesteswetenschappers, en historici meer in het bijzonder, narratieven, verhalende constructies over menselijk handelen en denken. Zonder die narratieven is individueel of collectief begrip, duiding of betekenisgeving niet denkbaar.


Andere bijdragen in Begrijpen én verklaren, Digital humanities, Geschiedenis, Mondiale blik, Samenwerken binnen de geesteswetenschappen, Terugkeer van grote verhalen