Gemarginaliseerde perspectieven zichtbaar maken

Professor Dr. Rosemarie Buikema
Hoogleraar Kunst, Cultuur en Diversiteit en Directeur onderzoeksgroep Genderstudies
Geesteswetenschappen , Universiteit Utrecht

Mijn vakgebied, de cultuurwetenschappen en in het bijzonder genderstudies en postkoloniale studies, heeft ertoe bijgedragen dat claims op universele waarheden, universele rechten en universele smaakoordelen zijn geanalyseerd als historisch en geopolitiek geladen inzichten. Het is nog maar sinds kort dat vrouwen en andere historische minderheden zich als kennende subjecten kunnen mengen in debatten die maatschappelijke en wetenschappelijke vernieuwingen entameren. Dat feit heeft een revolutie binnen de Geesteswetenschappen veroorzaakt waarvan de implicaties geleidelijk binnen het domein van de geesteswetenschappen doordringen. Binnen genderstudies wordt vanuit de overtuiging dat alle kennis is gesitueerd, consequent de vraag gesteld welke kennis relevant is voor wie, wanneer en waarom. Een ander belangrijk inzicht dat genderstudies binnen de cultuurwetenschappen heeft ontwikkeld is dat nieuwe kennis ook vanuit de kunsten afkomstig kan zijn. Vraagstukken aangaande oorlog en vrede, insluiting en uitsluiting, waarheid en verzoening worden in de literatuur en in de beeldende kunst vaak in al hun gelaagdheid en complexiteit geadresseerd. Het includeren van historisch gemarginaliseerde perspectieven en het waarderen van ongebruikelijke bronnen als leveranciers van epistemologische vernieuwingen, kan een verrassend licht werpen op zowel oude bronnen als hedendaagse vraagstukken. Als we bijvoorbeeld Couperus lezen vanuit een feministisch en postkoloniaal perspectief wordt de Stille Kracht een voor de hedendaagse lezer fascinerende tekst die nieuwe perspectieven op ons koloniaal verleden opent. Een romanfiguur als de op raadselachtige wijze met sirih besmeurde Leonie van Oudijck wordt dan een complex symbool niet alleen van de structuur van het Nederlandse kolonialisme in het bijzonder maar van de koloniale erfenis in het westerse denken in het algemeen.

Zoals Ann McClintock (1995) en ook Ann Stoler (1995) hebben geanalyseerd is het westerse imperialisme gebaseerd op drie principes : de overlevering van de witte mannelijke hegemonie door de controle over inheemse vrouwen, de opkomst van een globaal georiënteerde opvatting over cultuur en beschaving en het imperiale beheer over kapitaalgoederen. Cruciaal voor dit koloniale contract is de positie van de koloniale vrouw die zoals McClintock (1995, 7) het formuleert op dubbelzinnige wijze medeplichtig wordt aan deze koloniale heerschappij. Zij is immers zowel kolonisator als gekoloniseerde. Enerzijds is zij geprivilegieerd maar vanwege patriarchale conventies wordt ook zij in een aantal opzichten in haar handelen beperkt en gedomineerd. De vrijgevochten Leonie van Oudijck belichaamt de positie van de binnen de postkoloniale theorie beschreven koloniale vrouw die met haar komst de inheemse vrouw van het koloniale toneel verdreef. Was het tot aan 1900 nog aan de orde van de dag dat witte mannen met inlandse vrouwen leefden, na de eeuwwisseling werd de etnische segregatie geregisseerd. De afkeer van interetnische relaties nam hand over hand toe en de nyai verdween uit het koloniale beeld. Couperus lezen vanuit de feministische en postkoloniale theorie brengt kennis naar boven die er nog niet was: het wordt zichtbaar dat het de njai is, de na koloniaal gebruik onbruikbaar geworden inheemse vrouw die terugschrijft in de cruciale scene in De Stille Kracht. Zij schrijft zich in de plot door Leonie’s lichaam te bespuwen. Leonies emancipatoire gedrag, haar vrije moraal, haar ondermijning van koloniale en patriarchale wetten worden gerealiseerd ten koste van haar inheemse zusters. De titel De Stille Kracht blijkt zo bezien te herinneren aan de niet westerse fundamenten van de westerse cultuur en aan de schuld die we hebben in te lossen. Als we bereid zijn de ethiek en de esthetiek van moeilijk zichtbare perspectieven binnen de productie van kennis en de interpretatie van culturele artefacten te halen is het einde van de Geesteswetenschappen nog bij lange na niet in zicht.


Andere bijdragen in Cultuurwetenschappen, Nieuwe ethische vragen