Nieuwe vormen van lezersonderzoek

Professor Dr. Geert Buelens
Professor Moderne Nederlandse Letterkunde
Geesteswetenschappen, Universiteit Utrecht

De belangrijkste uitdaging voor mijn vakgebied, de Letterkunde en Cultuurgeschiedenis, lijkt me een koppeling te maken tussen het (eerder traditionele, op unica gerichte, close-reading) kwalitatieve en het (door digitalisering van corpora mogelijk geworden longitudinale, distant reading) kwantitatieve onderzoek. Zoektocht dus naar best of both worlds waarin de mogelijkheden die technologie biedt om grote corpora te onderzoeken wordt ingezet om vragen te beantwoorden die we vroeger niet eens durfden te bedenken, maar zonder een cruciale verworvenheid van het vak (het nauwkeurig lezen en interpreteren van teksten) op te geven.

Een belangrijke vraag in dit vakgebied is hoe literatuur concreet functioneerde en functioneert in de dagelijkse levens van mensen. Receptieonderzoek richtte zich traditioneel op recensenten, maar slechts af en toe (met enquêtes) op ‘gewone lezers’. Spontane lezers- en kijkersreacties (op IMDB of Amazon et al) geven een hele nieuwe lading aan wat literatuur/films concreet betekenen, welke criteria worden gehanteerd bij de beoordeling. Deze nieuwe vorm van lezersonderzoek kan niet alleen het debat over de canon democratiseren, maar ook, fundamenteler, onze kennis vergroten over het concrete belang dat mensen toekennen aan literatuur en kunst (naast ontspanning dus allicht ook een vorm van ‘informeel leren’, via fictie doe je kennis op over relaties, maatschappelijke verhoudingen, ‘mogelijke werelden’…)

Misschien kan door deze combinatie ook de vraag naar kwaliteit (m.a.w.: esthetica) opnieuw gesteld worden. De afgelopen decennia is deze vraag veelal gereduceerd tot een institutionele kwestie (kunst is wat mensen in het milieu kunst noemen), maar zonder in essentialisme te vervallen valt er misschien toch nog wel iets meer over te vertellen.

Buzzword in cultuurhistorisch onderzoek is al een tijdje transnationalisme, onderzoek doen dus op het snijvlak van culturen. Daar valt nog veel winst te halen, door nog breder te durven kijken en corpora te vergroten (hoog & laag, Oost en West, Zuid en Noord, over grenzen van naties, religies, tijdperken [bijvoorbeeld Vroegmodern versus Modern) en esthetica’s heen).

En daarmee komen we dan misschien ook in de buurt van het antwoord op de vraag wat het belang van de Geesteswetenschappen is: dat hangt namelijk onlosmakelijk samen met het belang dat kunst , literatuur, muziek etc. hebben voor mensen, wat en hoe ze ervan leren en genieten, hoe het hun vormt en steunt en stuurt e.d. Dat willen we graag weten voor de mensen van vandaag, maar natuurlijk ook voor die van vroeger. Toen bestond Amazon niet, maar ook over lezerservaringen van eeuwen geleden valt er veel te vertellen.


Andere bijdragen in Digital humanities, Nederlandse Letterkunde, Samenwerken binnen de geesteswetenschappen