De rooskleurige toekomst van de Nederlandse letterkunde

Professor dr.Wiljan Akker
Hoogleraar Moderne Nederlandse Letterkunde
Instituut voor Cultuurwetenschappelijk onderzoek, Universiteit Utrecht

Als vooraanstaande biologen jaren geleden niet hadden ingezien dat hun toekomst lag bij de moleculaire celbiologie, dan was hun vakgebied obsoleet geworden, een dode discipline. Dynamiek als belangrijke graadmeter voor een vitale wetenschap. Al langer wordt er geklaagd over de Nederlandse Geesteswetenschappen. Vanaf de commissie-Staal, die de ‘kleine letteren’ als korenwolfjes voor uitsterven wilde behoeden, tot en met de recente witte-vlekken-plannen rinkelen de alarmbellen en loeien de sirenes. Hoe genuanceerd ook gebracht, de verdedigingsstrategie lijkt steeds dezelfde: bepaalde vakgebieden – veelal kleine deelterreinen van grotere, vitale gebieden – verdwijnen. Ook al zijn er geen studenten meer die het willen studeren – bijvoorbeeld omdat niemand ze (nog) duidelijk kan maken waarom – als het vak verdwijnt, dreigt er ‘kaalslag’ of erger. Zelden krijg je argumenten waarom iemand van achttien in Nederland Finoegrisch moet studeren, waarom hij/zij zich exclusief moet richten op Portugal en niet op Portugees sprekende landen zoals Brazilië, waarom je beter hier dan in het land zelf Hongaars kunt leren. Zelden is er aandacht voor een werkelijk probleem: te weinig docenten voor teveel studenten.

Onheilsprofeten schreeuwen nooit wat er wel goed gaat, bijvoorbeeld dat drie geesteswetenschappelijke faculteiten in Nederland tot de top-100 in de wereld zijn gaan behoren. Laat ik voor de verandering nu eens op de andere straathoek gaan staan en roepen dat het misschien wel beter gaat met de Geesteswetenschappen dan de krantenlezer krijgt voorgespiegeld.

In de afgelopen decennia hebben geesteswetenschappers laten zien hoeveel nieuwe, dynamische, creatieve en veelbelovende onderzoeksgebieden ze kunnen aanboren. Ethici leveren met levenswetenschappers substantiële bijdragen aan een verbeterde bio-industrie. Linguïsten doen met neurowetenschappers onderzoek naar afasie, een groeiend fenomeen in een vergrijzende samenleving. Historici bestuderen instituties, niet onbelangrijk gezien de wortels van de financiële crisis in het bankwezen als instituut.

Ook binnen de letterkunde/literatuurwetenschap zijn de spannendste ontwikkelingen verbonden met dynamiek: van monodisciplinair naar multidisciplinair. Samenwerking met onderzoekers van andere, nieuwe media en sociale wetenschappers levert nieuwe vraagstellingen op: wat verstaan jongere generaties onder literatuur? Hoe draagt literatuur bij aan onze identiteit? Hoe ziet ons culturele geheugen eruit en wat zijn bepalende factoren (nationale canons)? Welke invloed heeft culturele diversiteit op literaire ontwikkelingen? Welke rol kunnen de ‘klassieke’ schrijvers spelen?

Op mijn straathoek ziet de toekomst er rooskleuriger uit, ook al geef ik bij iedere zin een disclaimer: in het verleden behaalde resultaten geven geen garantie voor de toekomst. Bezuinigingen treffen ons allemaal, dus ook de wetenschap. Maar wat de Geesteswetenschappen de afgelopen jaren vooral ook hebben laten zien, is dat ze nieuw gebied ontginnen. Zet Finoegrisch, Portugees en Hongaars in een nieuwe context en er komen weer studenten op af.

Uiteraard moet er ruimte zijn voor de discipline zèlf. Die verdwijnt niet, daar zijn we zelf bij. Het lezen van (literaire) teksten blijft een ‘vak’ apart, de ‘klassieken’ blijven heus wel klassiek. Maar context, aanpak en vraagstelling zijn veranderd en moeten blijven veranderen. Dat is een dure eed aan de samenleving en aan onze wetenschappelijke nieuwsgierigheid.

Geesteswetenschappen leveren een cruciale bijdrage aan onze toekomst. Het is mooi om de levensduur te verlengen, maar zonder kwaliteit van leven is het een dubieuze zegen. De Geesteswetenschappen zijn druk bezig hun positie in de samenleving opnieuw te definiëren. De tijd dat alles vanzelfsprekend was, is voorbij, zo die ooit bestaan heeft. Dat is niet altijd gemakkelijk, maar er is inmiddels voldoende bewijsmateriaal.

Mocht mijn collega-profeet aan de overkant alle aandacht blijven trekken, dan veeg ik mijn bord schoon en ga ik er hamburgers mee aanprijzen. De wereld is nog niet vergaan. We overleven het wel. Zoals altijd.


Andere bijdragen in Alfa en bèta worden één, Nederlandse Letterkunde, Samen met de gamma’s, Samenwerken binnen de geesteswetenschappen