Het streven naar verzoening

Professor Dr. Raymond Corbey
Bijzonder Hoogleraar Epistemologie van de archeologie en universitair hoofddocent Wijsgerige antropologie
Faculteit Archeologie en School of Humanities, Universiteit Leiden en Tilburg University

Wat is, volgens u, de meest veelbelovende ontwikkeling in uw vakgebied?

Het streven naar “consilientie”, verzoening, afstemming tussen de overwegend interpretatieve (hermeneutische, verstehende) benaderingen in de geesteswetenschappen en de verklarende (erklärende) benaderingen van natuur- en levenswetenschappen. Tentatieve, verkennende invoering van de laatste in de geesteswetenschappen – niet als een definitief doel maar om te zien wat het oplevert -  is thans de grootste uitdaging voor de geesteswetenschappen.

De vraag is of deze twee methoden elkaar kunnen aanvullen en dus verrijken dan wel elkaar uitsluiten. Van hermeneutische zijde is men sceptisch over verrijking. In de (overwegend interpretatief, humanities-georienteerde) culturele antropologie bijvoorbeeld duurt fel verzet tegen een vermeende naturalisering of nivellering van het mensbeeld voort, recent in verband gebracht met nieuwe, neodarwinistische benaderingen van cultuur. Deze zouden nooit geheel greep kunnen krijgen op subjectiefs (zin en betekenis, ideeën en waarden), essentieel geacht voor mensen als geestelijke, zelfbewuste, vrij willende wezens. Daar greep op te krijgen zou een speciale, interpretatieve methodologie vergen.

Het gewicht van die twee epistemische houdingen is tot op de dag van vandaag bron van een hevige richtingenstrijd. De fundamentele, min of meer filosofische aannames (implicit ontology, domain assumptions, “grondslagen”) van onderzoekers in enerzijds de geesteswetenschappen anderzijds de natuur- en levenswetenschappen staan op zeer gespannen voet.

Omdat de mens een geestelijk subject is zouden objectiverende natuurwetenschappelijke methoden tekortschieten. Dit filosofisch idee van een menselijke Sonderstellung (onder meer in de oeuvres van Paul Ricoeur en Jürgen Habermas, en in de in de philosohy of mind and action) convergeert met een accent op human specialty – qua onder meer theory of mind, metacognition, taal, mental time travel – in empirisch antropologisch onderzoek van de laatste vijftien jaar. Hierbij speelt de vergelijkende primatologie een hoofdrol (M. Tomasello, Ch. Boehm, M. Bekoff, F. de Waal).

De epistemologie en de wetenschapsfilosofie van de mens- en geesteswetenschappen is ook in Nederland weinig bestudeerd vergeleken met die van de natuurwetenschappen, de cognitiewetenschappen en de biologie. In de geesteswetenschappen duurt de grondslagenstrijd voort, in toenemende mate rond de verhouding tot evolutie-biologie. Deze gegevens maken dit initiatief van de Groene urgent.

 

Hoe ziet u de toekomst van uw discipline?

 

Als een voortzetting van de hierboven geschetste grondslagenstrijd, die niet een-twee-drie oplosbaar is, ook al niet omdat hij al voortduurt sinds het einde van de 19de eeuw.

Ik zie veel initiatieven in de hierboven aangeduide richting en belangstelling voor de mogelijkheden van erklärende benaderingen binnen de geesteswetenschappen.
*Wat is het belang van de geesteswetenschappen?

Natuurwetenschappen werken “objectiverend” en krijgen daarom subjectiefs (dat unhintergehbar, nicht hinterfragbar is) niet helemaal te pakken. Bovendien veronderstellen en gebruiken ze vaak impliciet en naïef leefwereldgebonden intuïties (ze hebben dus in feite vaak een impliciete hermeneutiek). Reflectie  binnen en op natuurwetenschappen is uiteindelijk een hermeneutische aangelegenheid! Geesteswetenschappen zijn onmisbaar.

Cf.

R. Corbey (2012), ‘By weapons made worthy’: a Darwinian perspective on Beowulf. With Angus Mol. In: M. Collard & E. Slingerland (Eds.), Creating consilience: Integrating the sciences and the humanities. Oxford: Oxford University Press, 372-384

R. Corbey (2003). Darwin voor de socioloog (review van o.a. Culturele vernieuwing en de grondslagen van de geesteswetenschappen, rapport door G.H. de Vries e.a. voor NWO, 2002). De Academische Boekengids, (40), 14-15. (Free access)


Andere bijdragen in Begrijpen én verklaren, Wijsbegeerte