Niet langer alleen, maar samen

Professor Dr. Erik-Jan Zürcher
Hoogleraar Turkse Talen en Culturen
University Centre for Linguistics, Universiteit Leiden

Het ligt voor de hand te denken dat de belangrijkste ontwikkeling in de geesteswetenschappen in de laatste tien jaar de doorbraak is geweest van het gebruik van informatietechnologie (IT). Toch is dat in mijn ogen voor mijn vakgebied – de geschiedenis van het Ottomaanse Rijk en Turkije -  niet het geval. Natuurlijk is door de opkomst van het Internet sinds het midden van de jaren negentig in combinatie met de digitalisering van bronnen en publicaties veel materiaal gemakkelijk toegankelijk geworden, maar in essentie is dit een kwestie van gebruiksgemak. Waar tien jaar geleden een reis naar Turkije, met een, soms langdurig, verblijf in bibliotheken en archieven nodig was, kan heel veel nu vanuit de studeerkamer gebeuren. Voor veel van mijn promovendi is zelfs de wandeling van 100 meter van onze afdeling naar de universiteitsbibliotheek al een uitzonderlijk soort noodoplossing geworden, bestemd voor die gevallen waar het materiaal niet “gewoon” vanachter het beeldscherm gevonden kan worden.

Niettemin: de echt belangrijke, paradigmatische, vernieuwing in mijn vakgebied komt in mijn ogen  uit iets anders voort: de manier waarop het klassieke individuele onderzoek dat binnen de geesteswetenschappen tot nog maar kort geleden de norm was, plaats maakt voor het werken in onderzoeksgroepen. Dat is een ontwikkeling die in andere wetenschapsgebieden natuurlijk al veel eerder had ingezet, maar die nu ook in de humaniora steeds belangrijker wordt. Ik durf de stelling aan dat werkelijk baanbrekend werk wordt gedaan in onderzoeksgroepen, die soms een permanent karakter hebben, maar veel vaker zich voor een aantal jaren vormen rond programma’s die extern worden gefinancierd door bijvoorbeeld NWO of  EU. De omslag van individueel onderzoek naar werk in onderzoeksgroepen heeft in mijn vakgebied twee belangrijke ontwikkelingen gestimuleerd: de komst van comparatieve benaderingen en interdisciplinaire samenwerking.

De samenkomst van specialisten op het gebied van, bijvoorbeeld, het Habsburgse Rijk, het Russische Rijk en het Ottomaanse Rijk heeft het mogelijk gemaakt de studie van het Ottomaanse Rijk van zijn exceptionalisme te bevrijden en de aandacht te verleggen naar de gedeelde kenmerken van imperiale structuren (omgang met etnische en religieuze diversiteit, relaties met provinciale elites, de rol van religie en dynastie) en juist die vergelijking maakt dan weer duidelijk wat uitzonderlijk is aan het Ottomaanse Rijk. Samenwerking van specialisten die zich bezighouden met Europa, het Midden-Oosten of China heeft vernieuwende studies mogelijk gemaakt van bijvoorbeeld landgebruik, belastingen of hofritueel. Verheugend is daarbij dat het onderzoek door de comparatieve methode en het werken in groepen steeds minder Europacentrisch wordt. We vragen ons af welke verschillende oplossingen voor vergelijkbare problemen zijn gevonden zonder dat daarbij in stilte de onderliggende vraag een rol speelt waarom anderen niet zo zijn als wij.

Het andere grote winstpunt dat in mijn vakgebied is geboekt door de overgang van individueel onderzoek naar teamwork is de doorbraak van interdisciplinaire samenwerking. Sommige vakgebieden hebben op dit gebied natuurlijk al een oude traditie, met name die zoals Archeologie en Assyriologie, die minder dan veel andere takken van Geesteswetenschappen op een overvloed aan geschreven bronnen kunnen bouwen. Waar de samenwerking van medici en taalkundigen in de psycholinguistiek of die van archeologen met biologen vroeger eerder de uitzonderingen op de regel waren, zien we nu dat grote thema’s als identiteit, migratie of stedelijke cultuur aangepakt worden door gevarieerde onderzoeksgroepen waarin een reeks van disciplines vertegenwoordigd zijn. De grens tussen geesteswetenschappen en sociale wetenschappen vervaagt daarbij snel. Voor deze ontwikkeling is zeker van belang dat veel onderzoeksgeld tegenwoordig wordt ingezet voor maatschappelijk en politiek belangrijke thema’s (zoals bijvoorbeeld de “societal challenges” van de EU).


Andere bijdragen in Digital humanities, Samen met de gamma’s, Samenwerken binnen de geesteswetenschappen, Turkse talen en culturen