‘‘Out of the box’ leren denken

Dr. Justyna Wubs-Mrozewicz
Postdoc onderzoeker Middeleeuwse Geschiedenis
Institute for History, Universiteit Leiden

Wat is, volgens u, de meest veelbelovende ontwikkeling in uw vakgebied?

De meest opvallende en veelbelovende ontwikkeling is de vergrootte en verbeterde toegang tot primaire bronnen, die digitalisering teweeg heeft gebracht. Aan de ene kant betekent het dat duizenden pagina’s uitgegeven bronnen (die vaak moeilijk toegankelijk waren) als doorzoekbare bestanden voor iedereen beschikbaar zijn. Aan de andere kant laten tegenwoordig de meeste archieven en bibliotheken het toe dat onuitgegeven bronnen door de onderzoeker zelf gefotografeerd worden en dus digitaal in grote hoeveelheden ‘meegenomen’ kunnen worden. Dat maakt een hele andere werkwijze mogelijk dan bij traditioneel bibliotheek- en archiefonderzoek, zowel op puur pragmatisch niveau (bijvoorbeeld wordt onderzoek in buitenlandse archieven veel efficiënter) als op analytisch niveau. Met name de mogelijkheden tot doorzoeken, conceptueel ordenen en vergelijken van primaire bronnen zijn vele malen groter dan in het predigitale tijdperk.

Tevens is de internationalisering van het vakgebied een zeer positieve ontwikkeling. Dat betreft zowel de onderzoekers als het onderwerp zelf. Onderzoekers uit verschillende landen in Europa (en de VS), en met verschillende academische achtergronden en invalshoeken houden zich tegenwoordig met de Hanze bezig, individueel en in gezamenlijke (publicatie)projecten. Een van de gevolgen ervan is dat de Hanze, voorheen gezien als een stokpaardje van de nationale Duitse geschiedschrijving, uit dit nationaal kader bevrijdt is en nu in een veelvoud van kaders geanalyseerd wordt: stedelijke, regionale, Europese, economische, sociale en culturele geschiedenis. De hoofduitgangspunten zijn daarbij de primaire bronnen geworden.

Hoe ziet u de toekomst van uw discipline?

Ik hoop dat de twee genoemde ontwikkelingen voortgezet worden. Ik zou het ook graag zien dat de potentie van een benadering van het verleden, zoals het in het onderzoek naar de Hanze gedaan wordt, meer ingezet kan worden bij het onderwijs. Omdat het kader van nationale geschiedenis daarbij wegvalt, is het mogelijk om studenten meer ‘out of the box’ te leren denken en met vage grenzen en paradoxen om te gaan. Het is daarbij natuurlijk om verschillende historiografische tradities niet alleen te leren kennen, maar ook er actief gebruik van te maken. Uit mijn eigen ervaring zie ik hoe studenten erbij analytisch extroverter worden, een vaardigheid die een van de toegevoegde waardes van academisch onderwijs zouden moeten zijn.

Wat is het belang van de geesteswetenschappen?

Geesteswetenschappers houden zich bezig met grote en kleine vraagstukken die samen een zoektocht naar het bindweefsel van de maatschappij vormen: of het nu om taal, literatuur, geschiedenis of kunst gaat. Dat maakt geesteswetenschappen direct relevant voor de maatschappij. Tegelijk zijn de grote en kleine deeltjes die geesteswetenschappers onderzoeken dubbelzijdige spiegeltjes. Aan de ene kant omlijsten ze een onderzocht onderwerp op een nieuwe manier en laten soms een heel vel licht daarop schijnen. En aan de andere kant spiegelen ze de eigentijdse belangen en interesses van de onderzoeker, zijn geldschieter en de maatschappij zelf. Geesteswetenschappers zijn daarmee bij uitstek de dragers van de Zeitgeist.


Andere bijdragen in Digital humanities, Geschiedenis, Mondiale blik