Leren omgaan met interdisciplinariteit

Dr. Sylvia Wenmackers
Postdoc onderzoeker Theoretische Filosofie
Wijsbegeerte, Rijksuniversiteit Groningen

Wat is, volgens u, de meest veelbelovende ontwikkeling in uw vakgebied?

Diverse stromingen bezorgen de hedendaagse filosofie een steeds rijker gamma aan onderzoeksmethoden. Hierdoor wordt het vakgebied ook toegankelijker voor buitenstaanders.

Als natuurkundige draag ik zelf mijn steentje bij door methoden uit de exacte wetenschappen toe te passen op filosofische vragen. In de analytische filosofie werd er al volop gebruik gemaakt van logica, maar de laatste jaren steeg de interesse om ook andere wiskundige modellen te introduceren in de filosofie. In de formele kenleer wordt er bijvoorbeeld veel gebruik gemaakt van kansrekening.

Verwant hieraan is de opkomst van de computationele filosofie, waarbij een wijsgerige onderzoeksvraag deels met behulp van computersimulaties geanalyseerd wordt. Dergelijke pseudo- experimenten zijn ook in de wetenschappen een populaire methode, met name wanneer gewone experimenten te duur, ethisch onverantwoord, of anderszins onhaalbaar zouden zijn.

De experimentele filosofie, ook wel ‘X-Phi’ genoemd, ontleent haar methodologie dan weer aan de experimentele psychologie. Daarbij bepaalt men denkbeelden van mensen aan de hand van vragenlijsten en statistische analyse, in plaats van de intuïties van professionele filosofen als maatstaf te nemen.

Terwijl veel filosofen blanke mannen zijn, wil de experimentele filosofie naar de denkbeelden van alle mensen peilen. Daarmee sluit X-Phi ook goed aan bij de roep naar emancipatie van minder gepriviligeerde groepen binnen de filosofie. Mijn achtergrond ligt in de natuurkunde, een vak waarin vrouwen ondervertegenwoordigd zijn. Welnu, de gender-balans in de wijsbegeerte is zo mogelijk nog verder uit evenwicht. Sinds mijn overstap (ruim drie jaar geleden) zie ik echter steeds meer initiatieven om de verscheidenheid aan mensen binnen de discipline te vergroten.

Hoe ziet u de toekomst van uw discipline?

Ik wens de filosofie van ganser harte langere auteurslijsten toe.

De filosofie zal moeten leren omgaan met interdisciplinariteit. In een overmaat van enthousiasme zouden we het curriculum voor wijsbegeerte grondig kunnen omgooien: leer studenten programmeren in plaats van voetnoten te schrijven bij Plato. Anderzijds lijken sommige filosofen juist te bang om de deur open te zetten voor nieuwe stromingen. Zelf hoop ik dat er zich een dynamisch evenwicht tussen beide houdingen zal instellen. Filosofen moeten vooral blijven doen waar ze goed in zijn (kritisch denken), maar zouden zich daarnaast de terminologie van een exacte of sociale wetenschap eigen kunnen maken: laat studenten filosofie bijvoorbeeld een minor volgen bij wiskunde of informatica. Dit zou hen beter in staat stellen om met onderzoekers uit deze vakken samen te werken.

Als filosofen anderssoortige experts durven consulteren, ontdekken deze experts ook hoe filosofen te werk gaan en kunnen zij op hun beurt eens een filosoof inschakelen.

In deze toekomstvisie zouden filosofen minder solospelers worden. Traditioneel staat er maar één naam boven een onderzoekspublicatie uit de filosofie, terwijl samenwerken juist heel stimulerend kan zijn voor vorsers. Ja, ook voor denkers.

Wat is het belang van de geesteswetenschappen?

Net als kunst en toegepaste wiskunde kenmerkt filosofie zich niet door een welomlijnd onderzoeksdomein, maar wel door haar methodes. Filosofen zijn getraind om redeneringen te analyseren. Ze doorzien als geen ander de zwakke punten in een betoog. Andere wetenschappers moeten natuurlijk ook kritisch denken, maar filosofen hebben toch een ander, uniek perspectief.

Soms is er een kloof tussen wat we kunnen meten en wat we willen weten. Daarbij weten filosofen de vinger op de wond te leggen: het is niet omdat je met een moderne scanner gemakkelijk plaatjes kunt maken van de hersenen, dat je daarmee ook de menselijke ziel hebt doorgrond. Juist omdat filosofen niet primair aan kennisverwerving doen, zijn ze goed geplaatst om kanttekeningen te maken bij wat andere onderzoekers als nieuwe kennis naar voren schuiven.


Andere bijdragen in Alfa en bèta worden één, Digital humanities, Samenwerken binnen de geesteswetenschappen, Wijsbegeerte