De globale en de digitale benadering in de geschiedwetenschap

Professor dr. Lex Heerma van Voss
Directeur Huygens Instituut voor Nederlandse Geschiedenis
Huygens Instituut voor Nederlandse Geschiedenis

Misschien is het goed om te beginnen met de vraag wat de geesteswetenschappen belangrijk maakt. Het belang van de geesteswetenschappen ligt in de duiding van ons bestaan. Dat geldt zeker ook voor de sociale wetenschappen en de levenswetenschappen, en dat gegeven alleen al wijst er op dat voor de duiding van ons bestaan verschillende en ongelijksoortige gegevens en inzichten gemobiliseerd moeten worden. Dat is de sterke kant van de geesteswetenschappen: het beantwoorden van belangrijke en complexe vragen, die zich niet goed lenen voor een éénduidig, meetbaar antwoord, juist omdat ze complex zijn.

Mijn vakgebied is de (sociale) geschiedenis, en de meest veelbelovende ontwikkeling in dat gebied zijn er twee: de globale en de digitale benadering. Heel lang is in de geschiedschrijving de westerse natiestaat de maat van alle dingen geweest, en keek de gemiddelde historicus zelden buiten de eigen grenzen. Dat verandert nu en dat leidt tot allerlei nieuwe vragen, en nieuwe antwoorden op bestaande vragen. Een voorbeeld is migratiegeschiedenis: een generatie geleden schreven historici alsof er één spreekwoordelijke grote migratiebeweging was, die van Europeanen naar Amerika en Australië in de 19e en 20e eeuw. Nu kijken we naar andere delen van de wereld en weten dat er bijvoorbeeld in Azië, maar ook in eerdere periodes, vergelijkbare grote migratiebewegingen waren. Ander voorbeeld: Nederlandse historici beschreven lang verzuiling als een exclusief Nederlands verschijnsel, en verklaarden er allerlei Nederlandse “uitzonderlijkheden” mee, zoals tolerantie. Inmiddels zien we dat met de Nederlandse verzuiling vergelijkbare verschijnselen in allerlei landen voorkomen, en blijken die Nederlandse uitzonderlijkheden ook veel gewoner.

De tweede belangrijke ontwikkeling is dat steeds meer voor historische bronnen digitaal beschikbaar komen. Denk in Nederland bijvoorbeeld aan de door de KB gedigitaliseerde kranten, de Handelingen van de Tweede Kamer, maar ook de hele reeks bronuitgaven van de Rijks Geschiedkundige Publicatiën. Een vraag van het type “hoe ontwikkelde zich de houding van Nederland tegenover Duitsland” kon een historicus vroeger alleen oplossen door te bedenken in welke kranten, tijdschriften, boeken en kamer-debatten meningen over Duitsland aan de orde zouden kunnen komen, en de belangrijkste daarvan na te lezen. Nu kan je met een druk op een paar knoppen alle passages vinden die over Duitsland handelen, wat een veel representatiever antwoord oplevert. En de uitdaging is om een digitaal gereedschapje te maken, dat die meningen ook al voorsorteert, bijvoorbeeld ordent in positieve of negatieve meningen, of kijkt of die meningen met handel of met cultuur te maken hebben. De geesteswetenschappen zullen zich altijd bezig blijven houden met complexe antwoorden, waarbij allerlei verschillende overwegingen uit verschillende sferen van belang zijn, maar de manier waarop we dat doen zal door de digitalisering ingrijpend veranderen.

Eerdere vernieuwingen in de geschiedschrijving namen vaak de vorm aan van opeenvolgende modes ten gunste van een hoek van de geschiedenis: sociale, mentaliteits- of culturele geschiedenis trokken de aandacht. De postmoderne aanpak had op de sociale geschiedenis relatief weinig invloed. Mijn indruk is dat de wending naar globale en digitale geschiedenis het hele vak raakt. Ook microstoria is vandaag de dag globaal. En de digitale wending raakt niet alleen de geschiedenis, maar alle geesteswetenschappen.


Andere bijdragen in Digital humanities, Geschiedenis, Mondiale blik