Een nieuw elan in de wijsbegeerte

Dr Sjoerd van Tuinen
Assistent professor Filosofie van mens en cultuur
Wijsbegeerte, Erasmus Universiteit Rotterdam

Wat is, volgens u, de meest veelbelovende ontwikkeling in uw vakgebied?

Binnen de (Continentale) wijsbegeerte is, dankzij de blogosfeer, in de laatste jaren een tamelijk zelfbewuste stroming van ‘speculatieve filosofie’ ontstaan. Het betreft een beweging van veelal relatief jonge (25-50) filosofen die filosofie niet langer louter als een ‘reflectieve’ of ‘kritische’ activiteit zien, die parasiteert op andere disciplines (‘filosofie van …’) en zichzelf voortdurend in vraag stelt (‘de dood van de filosofie’, zoals het bij Heidegger heet), maar als een zelfstandige manier van denken, waarin de meest uiteenlopende disciplines samenkomen. Dit heeft geleid tot een nieuw elan, een nieuwe vrijheid en creativiteit en een spectaculaire explosie van nieuwe concepten en denksystemen, waarin niet langer de mens (of de taal, of onze nieuwste media) maar de cosmos, het leven, ‘dingen op zich’ (Dinge an sich, met Kant) in hun onpersoonlijke samenhangen centraal staan.

Hoe ziet u de toekomst van uw discipline?

De bureaucratisering van de academische filosofie in de vorm van journal rankings en verdeelsleutels en de monopolisering van onderzoeksgelden door NWO vormen een immense bedreiging. Waardevolle onderzoekstijd gaat verloren aan het schrijven van onderzoeksvoorstellen die een welhaast volstrekt arbitrair en tijdrovend proces moeten doorlopen en onder het mom van ‘excellentie’, ‘valorisatie’ en ‘professionalisering’ wordt de academische filosofie gedwongen zichzelf langzaam maar zeker overbodig te maken. Op het niveau van het onderwijs betekent deze paradox dat docenten nog slechts ‘procesbegeleiders’ worden. Op het niveau van onderzoek betekent dit dat interessant onderzoek in toenemende mate buiten de universiteiten plaats zal vinden net als in de zeventiende en achttiende eeuw. Binnen tien jaar zal de laatste zelfstandige Wijsbegeertefaculteit zijn opgeheven en opgeslokt in een megafaculteit, waarbinnen de belangen van het management en niet van de afzonderlijke vakgebieden centraal staan.

Wat is het belang van de geesteswetenschappen?

Op dit moment is dat lastig vast te stellen – de geest is immers allang uit het onderzoek verdwenen. De echte vraag luidt: wat zou het belang van de geesteswetenschappen kunnen zijn? In de periode waarin ze zijn ontstaan, hebben ze de kennispijler van het Bildungshumanisme en de maakbare samenleving gevormd. Dit humanisme is allang verzwolgen door het banale realisme van de globale kenniseconomie. Geesteswetenschappen zouden zich opnieuw relevant moeten maken, niet op de markt voor concepten en ideetjes, maar als pedagogiek van de geest: het beschrijven, tonen, uitvinden van en verleiden tot andere en nieuwe denk- en leefmogelijkheden. In plaats van de veronderstelde ‘hardheid’ en controleerbaarheid van de natuurwetenschappen te imiteren, moeten ze actief bijdragen aan een cultuur van verbeeldingskracht. Het gaat er niet om een reeds bestaand object te beschrijven, maar een minimum aan nieuwe subjectiviteit in de wereld te injecteren.


Andere bijdragen in Digital humanities, Samenwerken binnen de geesteswetenschappen, Wijsbegeerte