Mode als vertoog

Professor dr. Anneke Smelik
Hoogleraar Visuele Cultuur
Instituut voor Historische, Literaire en Culturele studies, Radboud Universiteit Nijmegen

Hoe ziet u de toekomst van uw discipline?

Ik heb in mijn loopbaan nieuwe terreinen van interdisciplinair onderzoek binnen de geesteswetenschappen gecombineerd: vrouwenstudies (nu genderstudies); film-, tv-, media-studies; en algemene cultuurwetenschappen (in het Engels cultural studies). Discipline is interdiscipline geworden: de huidige samenleving vraagt om een benadering die over de grenzen van disciplines heen kijkt.

De toekomst van deze disciplines zie ik zeer positief in; ze zijn inmiddels geïntegreerd in het academische onderwijs en onderzoek en weten actuele ontwikkelingen op succesvolle wijze te volgen en duiden. Afgestudeerden kunnen terecht in de creatieve industrie (TV, film, games) die in Nederland succesvol is en waar dus ook een vrij grote arbeidsmarkt ligt. In musea is er minder behoefte aan klassiek geschoolde kunsthistorici, maar juist aan breed inzetbare cultuurwetenschappers die beeldcultuur en media in relatie tot andere kunstdisciplines kunnen plaatsen. De maatschappelijke relevantie is bovendien evident: jongeren staan met (oude en nieuwe) media op en gaan er mee naar bed. Mediawijsheid wordt steeds belangrijker in het onderwijs. Omdat we in een beeldcultuur en mediamaatschappij leven, zijn dit soort vakgebieden onontbeerlijk voor duiding van kunst, media en cultuur.

Wat is, volgens u, de meest veelbelovende ontwikkeling in uw vakgebied?

Als nieuwe ontwikkeling neem ik de opkomst waar van een vakgebied dat in het buitenland al bestaat, maar in Nederland nog nauwelijks: modestudies. Mode is een prominent ‘vertoog’ in de maatschappij, en kan gezien worden als dynamische uiting van het ‘nu’, het actuele bij uitstek. Mode raakt aan vele aspecten, waardoor een nieuw vak als modestudies relevant en interessant is:

-identiteit: door de democratisering en secularisering spelen uiterlijk en kleding een steeds grotere rol in het uitdrukken van de eigen ‘unieke’ persoonlijkheid; maar kleding draagt ook bij aan de vorming van groepsidentiteiten en culturele identiteit. Identiteit door consumptie: ‘I shop therefore I am’

-kunst: zie de hausse aan modetentoonstellingen in musea.

-glamour: catwalk, designers, modellenwereld, glossies, schoonheidsideaal.

-media: vele reality TV-programma’s, TV-series, films, modefotografie, kranten, blogs, en –nieuw– reclamefilmpjes en fotoshoots op internet.

-ambacht: mode is ‘toegepaste’ kunst met eeuwenlange technieken.

-cultureel erfgoed:(veel mode grijpt terug op nationale kledingstijlen; en mode wordt zelf ook geaccepteerd als cultureel erfgoed dat gekoesterd moet worden.

-industrie: verdwenen confectie-industrie in Twente en Brabant.

-globalisering: industrie vertrokken naar Oost- en Zuid-Europa, Noord-Afrika, Turkije, en het Verre Oosten.

-arbeidsomstandigheden: ‘no logo’ beweging en fair trade.

-duurzaamheid: mode is na de olie-industrie de meest vervuilende industrie ter wereld, de industrie richt zich daarom in toenemende mate op de ontwikkeling van nieuwe, duurzame materialen en technieken voor de productie van mode.

-technologie: zogeheten ‘wearable technology’; integratie van technologie in kleding. Ook: verduurzaming van de keten door technologische toepassingen.

Dit alles vergt een interdisciplinaire aanpak van onderzoek naar mode.

Een ander belangrijk punt is dat er in Nederland, anders dan in vele Europese landen, een strikte scheiding kent tussen HBO (de kunst/mode/film- etc. academies) en universiteit. Het voert te ver om hier uitgebreid op in te gaan, maar juist voor de geesteswetenschappen zou een veel nauwere samenwerking tussen theorie en praktijk heel vruchtbaar, en zelfs noodzakelijk, zijn.

Hier speelt, ten derde, de topsector ‘creatieve industrie’ een belangrijke rol. Hoewel de kreet van het Ministerie van ELI ‘van kennis naar kunde naar kassa’ van een ordinaire platheid is, is het juist ook voor de geesteswetenschappen van groot belang om te durven denken over een grotere maatschappelijke rol en valorisatie. Het is niet des 21e-eeuw om eenzijdig te pleiten voor een zuiver, fundamenteel geesteswetenschappelijk onderzoek: we moeten voor een groot deel toe naar ‘applied humanities’. ‘Toegepaste’ geesteswetenschappen zijn nodig willen zij zich bevrijden van ingegroeide arrogantie en wereldvreemdheid.

Wat is het belang van de geesteswetenschappen?

De geesteswetenschappen moeten durven om hun relevantie voor de belangrijke vraagstukken van vandaag de dag te onderzoeken en te tonen. Als enkel schatbewaarders van het culturele erfgoed worden zij overbodig. Ze moeten nog steeds kritische reflectie, interpretatieve zingeving, historische diepgang, en theoretische scherpte bieden, maar durven om dat te vertalen in toepassingen voor de maatschappij. De grote kwesties van vandaag, van tolerantie en multiculturaliteit, tot technologie en duurzaamheid, zijn onlosmakelijk verbonden met kunst en cultuur, alsook met het dagelijkse leven. Ze zullen dan ook binnen de geesteswetenschappen een significante rol moeten krijgen in onderwijs en onderzoek. Valorisatie is nog te veel een vies woord binnen de geesteswetenschappen: ze moeten laten zien waarom ze er toe doen en waarom de ‘grote uitdagingen’ van deze eeuw geen stap verder komen zonder geesteswetenschappelijke duiding en interpretatie. De uniciteit van de geesteswetenschappen ligt in de aandacht voor de specifiek esthetische ervaring. In die affectieve relatie ligt de unieke verbindende kracht van media, kunst en cultuur. Geesteswetenschappen hebben betrekking op het domein van de verbeelding en die verbeelding maakt innovatieve denkbeelden en creatieve praktijken mogelijk.


Andere bijdragen in Cultuurwetenschappen, Nieuwe onderzoeksgebieden, Samenwerken binnen de geesteswetenschappen, Vermaatschappelijking