De wetmatigheden van taal

Professor dr. Nicoline van der Sijs
Hoogleraar Historische taalkunde van het Nederlands in de digitale wereld en projectleider Nederlab bij het Meertens Instituut
Faculteit der Letteren, Radboud Universiteit Nijmegen en Meertens Instituut

Wat is, volgens u, de meest veelbelovende ontwikkeling in uw vakgebied?

In mijn vakgebied, de historische taalkunde, en in de geesteswetenschappen in het algemeen, is de meest veelbelovende ontwikkeling de opkomst van de zogenoemde e-Humanities. Enerzijds komen er allerlei data en bronnen in digitaal formaat beschikbaar, anderzijds beleven we de introductie van computertechnologieën waarmee ook niet-technisch onderlegde wetenschappers onderzoek kunnen verrichten.

Hoe ziet u de toekomst van uw discipline?

Dankzij de inzet van computertechnologie wordt het voor het eerst mogelijk patronen te ontdekken in ‘big data’. Ook wordt het mogelijk allerlei gegevens met elkaar te verbinden: zo kunnen bijvoorbeeld demografische gegevens en informatie over maatschappelijke veranderingen worden gerelateerd aan taalkundige veranderingen. Bijvoorbeeld: zijn het inderdaad vooral de lager geschoolden die hun hebben zeggen? Dit zal leiden tot nieuwe inzichten over taalverandering in het algemeen en de oorzaken ervan.

Iedereen weet dat taal in de loop van de tijd verandert. Binnen de historische taalkunde willen wij die veranderingen in kaart brengen. Tot nu toe is het onderzoek veelal beperkt gebleven tot vrij globale beschrijvingen van geïsoleerde verschijnselen. Bijvoorbeeld de verandering van de aanspreekvorm du in gij en later in jij en u. Of de verdwijning van de tweede naamval: in de middeleeuwen zei men sconinx boec, tegenwoordig zegt men het boek van de koning.

Wat tot dusver ontbreekt is een synthese waarin de taal als samenhangend systeem naar voren komt, dat op zijn beurt is ingebed in een maatschappelijk-historische context. We weten dat de ene taalverandering vaak leidt tot andere taalveranderingen. Toen bijvoorbeeld du verdween, verdween ook de bijzondere werkwoordsuitgang -st (du woonst ‘je woont’). Ons doel is te achterhalen en te verklaren hoe het huidige taalsysteem is voortgekomen uit het Middelnederlandse taalsysteem en nog verder terug in de tijd.

Hiervoor zijn heel veel precieze gegevens nodig. Is een verandering ontstaan in een bepaalde regio of een bepaalde sociale kring, hoe en wanneer heeft het nieuwe verschijnsel zich verder verbreid, welke andere taalveranderingen hangen ermee samen? Tot nu toe kon dergelijk onderzoek niet systematisch worden uitgevoerd. Maar in de toekomst zal dat steeds meer mogelijk worden door de beschikbaarheid van steeds meer digitale historische teksten van het Nederlands en computerprogramma’s – tools – waarmee die digitale bestanden kunnen worden geanalyseerd.

Uiteindelijk willen we blootleggen volgens welke wetmatigheden taal verandert. Uit dit fundamentele onderzoek zal naar voren komen welke onderdelen van de Nederlandse taal onderhevig zijn aan veranderingen en welke constant blijven. Constanten kunnen behoren tot de inherente eigenschappen van taal, dus tot het aangeboren taalvermogen. Veranderingen zullen deels verklaard worden als autonome ontwikkelingen en deels als gevolg van externe invloed: veranderingen in de maatschappij zoals migratie en immigratie, die leiden tot taalcontact. Wanneer we taalveranderingen kunnen verbinden met demografische veranderingen en veranderingen in de cultuur en de maatschappij, kunnen we inzicht krijgen in de interactie tussen maatschappelijke en talige veranderingen en de factoren die het tempo van taalveranderingen vertragen of versnellen, achterhalen.

Dit soort grootschalig onderzoek zal tot veel meer samenwerking leiden: geesteswetenschappers van allerlei disciplines zullen met elkaar en met technologen en statistici gaan samenwerken. Tot nu toe is dat slechts in beperkte mate het geval. De ICT levert bovendien nieuwe mogelijkheden op voor het opzetten van onderzoek en het toegankelijk maken van bronnen, bijvoorbeeld door crowdsourcing: de inschakeling van het grote publiek.

Wat is het belang van de geesteswetenschappen?

Geesteswetenschappers vervullen een belangrijke rol in de interpretatie van gegevens. Er komen steeds meer data op internet beschikbaar, die voornamelijk bestaan uit geschreven of gesproken taal. Taal bestaat per definitie uit ‘fuzzy’ of ruizige data: gegevens die niet zonder meer door een computer kunnen worden geïnterpreteerd. Geesteswetenschappers zijn al eeuwen bezig met de beschrijving en interpretatie van dit soort gegevens. Zij hebben in de loop van de tijd een omvangrijk begrippenapparaat ontwikkeld. Daarom is voor de interpretatie van grote databestanden juist de kennis van geesteswetenschappers nodig. Zij kunnen raad geven over hoe men antwoorden kan vinden op vragen als: hoe kunnen we aan de hand van Twitter de verbreiding van griep of sneeuwbuien zien?, of: hoe kunnen we de verschuivende oordelen over een bepaalde auteur, een bepaald werk of een bepaalde gebeurtenis in de loop van de tijd vaststellen? Bij dit alles zullen de e-Humanities een grote rol gaan spelen.


Andere bijdragen in Alfa en bèta worden één, Digital humanities, Samenwerken binnen de geesteswetenschappen, Taalwetenschappen