Hoe herkennen wij taal?

Dr. Odette Scharenborg
Universitair hoofddocent Taalwetenschap
Centre for Language Studies, Radboud Universiteit Nijmegen

Tegenwoordig reizen, werken en leven steeds meer mensen in een omgeving waarin de taal die gesproken wordt niet de moedertaal is, maar een vreemde taal. Zelfs zeer ervaren sprekers van een vreemde taal zullen merken dat het verstaan van die vreemde taal moeilijker is dan dat van de moedertaal en dat dit nog verder bemoeilijkt wordt als er alledaags lawaai in de achtergrond is, bijvoorbeeld door nabije aanwezigheid van een andere spreker of het langsrijden van een trein. Daarnaast neemt het aantal mensen met gehoorproblemen in rap tempo toe door de vergrijzing van de maatschappij. Het luisteren in een vreemde taal, met lawaai in de achtergrond of met gehoorverlies resulteert in een verslechtering van het verstaan van spraak door de luisteraar. Dit is een serieus maatschappelijk probleem, want sociale integratie en communicatie staat of valt immers met het begrijpen van gesproken taal.

Ondanks dat de meeste luisteraars geen enkel probleem hebben met het verstaan en begrijpen van spraak is het grotendeels nog onbekend welke psycholinguïstische processen er precies aan ten grondslag liggen. Vanwege de complexiteit van het spraakherkenningsproces heeft onderzoek naar hoe mensen in staat zijn woorden in het continue spraaksignaal te herkennen en begrijpen zich jarenlang gericht op ‘optimale’ spraak, dat wil zeggen, spraak die zorgvuldig is uitgesproken door een spreker met weinig tot geen accent in een geluidsarme omgeving, en op ‘optimale’ luistercondities, dat wil zeggen luisteraars die hoog opgeleid zijn (universiteitsstudenten), geen gehoorproblemen hebben en luisteren in een geluidsarme omgeving. Vanwege de complexiteit van het spraakherkenningsproces kunnen klassieke onderzoeksmethodes alleen toegepast worden op vraagstukken gerelateerd aan specifieke onderdelen van het spraakherkenningsproces die dan vervolgens worden onderzocht in optimale laboratoriumcondities. Dit heeft geresulteerd in een verregaande opdeling van het onderzoeksveld in verschillende subdisciplines van spraakherkenning met weinig interactie tussen deze subdisciplines.

Pas recentelijk zijn er onderzoeksmethodes ontwikkeld die het mogelijk maken om spraakherkenning in realistische, alledaagse omstandigheden te onderzoeken. De resultaten van dergelijk onderzoek maken het mogelijk om sprongen te maken in de ontwikkeling van praktische toepassingen. Te denken valt aan de verbetering van gehoorapparaten en cochleaire implantaten, van telecommunicatiesystemen, interactieve dialoogsystemen die zich aan kunnen passen aan de gebruiker of consumentenelektronica, bijvoorbeeld ter bevordering van het zelfstandig wonen door ouderen en mensen met een lichamelijke beperking. Ook kan dit onderzoek op de lange termijn resulteren in verbeterde lesmethoden voor het leren van een vreemde taal, waarin bijvoorbeeld de focus van de lesmethode daar ligt waar luisteraars de grootste luisterproblemen hebben. Dit is in mijn ogen de belangrijkste ontwikkeling binnen het onderzoeksgebied van de spraakherkenning. Een belangrijke consequentie van deze ontwikkeling is dat de verschillende subdisciplines die onderzoek doen naar spraakherkenning gedwongen worden om samen te werken, waardoor de onderzoeksmogelijkheden vergroot worden en het onderzoek een nog grotere vlucht kan nemen.

Sociale integratie en communicatie zijn van cruciaal belang voor het welslagen van een persoon in onze maatschappij. De geesteswetenschappen vervullen een belangrijke rol in de bevordering en instandhouding van sociale integratie en communicatie, ook voor mensen in risicogroepen, zoals mensen met een gehoorverlies of anderstaligen.


Andere bijdragen in Mondiale blik, Samenwerken binnen de geesteswetenschappen, Taalwetenschappen