Vrije en mondige burgers maken

Dr. Henri Krop
Assistant professor Geschiedenis van de filosofie
Wijsbegeerte, Erasmus Universiteit Rotterdam

Wat is, volgens u, de meest veelbelovende ontwikkeling in uw vakgebied

De veelbelovendste ontwikkeling in de geschiedenis van de filosofie is dat de te nauwe band met de systematische wijsbegeerte de afgelopen jaren wat losser is geworden. De exclusieve aandacht voor de Grote Denkers en de canon is de afgelopen decennia gelukkig verminderd. Dit is deels het gevolg van de specialisering die ook de geesteswetenschappen in zijn greep heeft gekregen. In Leiden bijvoorbeeld kreeg ik tijdens mijn studie nog college van hoogleraren, die conform hun leeropdracht onderzoek in metafysica, kennisleer en logica combineerden met historisch onderzoek. Deze situatie bestaat bij mijn weten in Nederland nergens meer.

Het vak heeft wel steeds meer aansluiting gevonden bij andere historische disciplines, met name de wetenschapsgeschiedenis. In Nijmegen bijvoorbeeld is het vak ondergebracht in een Center for the History of Philosophy and Science. ‘De onderzoekers van het Center houden zich met name bezig met de ontwikkeling van de natuurfilosofie sinds Aristoteles en met het ontstaan van de verschillende vakwetenschappen (zoals fysica, chemie, psychologie) sinds de zeventiende eeuw’, zoals de website uitlegt. De oprichting van nieuwe institutionele verbanden, bijvoorbeeld een faculteit geesteswetenschappen vergemakkelijkte deze recente interdisciplinaire samenwerking.

Ook is binnen de geschiedenis van de filosofie de belangstelling gegroeid voor de receptie-geschiedenis. In Utrecht bestuderen de collega’s niet alleen Descartes, maar ook de geschiedenis van het cartesianisme, terwijl in Rotterdam, mijn eigen universiteit, sinds de jaren negentig de geschiedenis van de wijsbegeerte in Nederland, met name het spinozisme een belangrijk onderzoeksthema is.

Deze ontwikkeling binnen het vak wordt versterkt door een herstel van de status van de ideeëngeschiedenis. Een indrukwekkend voorbeeld vindt men in de biografie van Jonathan Israël, die zich van een economisch en politiek historicus in zijn monografieën over de radicale verlichting ontwikkeld heeft tot een mentaliteitshistoricus met grote belangstelling voor de geschiedenis van de filosofie. Het was dan ook volstrekt vanzelfsprekend dat de historici in de Rotterdamse Faculteit der wijsbegeerte hem in 2008 met succes voorgedragen hebben voor een eredoctoraat.

Hoe ziet u de toekomst van uw discipline?

De logische uitkomst van de bij vraag één geschetste ontwikkeling zou het verdwijnen van het vak en het opgaan in het grote verband van ideeën/wetenschapsgeschiedenis zijn. Als dat er ooit van zou komen, zal wel de traditionele activiteit van tekstedities worden afgesplitst. Zo’n herverkaveling van het geesteswetenschappelijke landschap, die qua onderzoek positief te waarderen is, wordt echter verhinderd door de institutionele verankering van het vak in Nederland in de opleiding wijsbegeerte. Ik zie dat niet gauw veranderen, omdat zonder de samenbindende kracht van de traditie de filosofie uiteenvalt in bijvoorbeeld ethiek en logica.

Wat is het belang van de geesteswetenschappen?

Mijn antwoord luidt: primair het onderwijs. Zonder het onderwijzen van de geesteswetenschappen is de instandhouding van een cultuur onmogelijk. Enkele jaren geleden hoorde ik op de VRT een Vlaamse minister op de vraag van een journalist naar het nut van het onderwijs antwoorden: ‘om vrije en mondige burgers te maken’. Cicero zou het hem tweeduizend jaar geleden niet verbeterd hebben.


Andere bijdragen in Samenwerken binnen de geesteswetenschappen, Wijsbegeerte