Ideeën voorzien van context

Professor dr. Sjaak Koenis
Hoogleraar Sociale filosofie
Wijsbegeerte, Universiteit Maastricht

Wat is de meest veelbelovende ontwikkeling in uw vakgebied?

Mijn vakgebied is de politieke en sociale filosofie, een breed terrein waarin sociale, politieke en ethische kwesties worden onderzocht in het spanningsveld tussen empirische wetenschap (hoe ‘werkt’ de samenleving, hoe ontstaan orde en conflict, hoe verhouden individu en samenleving zich) en normatief gerichte politieke filosofie. Een veelbelovende ontwikkeling in mijn vakgebied is dat de nu al decennialange besproken tegenstelling tussen (politiek-filosofisch) liberalisme en communitarisme alom als verouderd wordt gezien. We koersen voorbij liberalisme, dat toch altijd in het teken van rationele overeenstemming van individuen staat; ook voorbij communitarisme, dat gemeenschappen wil zien of ziet waar ze niet meer zijn); en ook voorbij (multi)culturalisme, dat mensen louter als exemplaren van een cultuur ziet. Dit betekent, ten eerste, dat we onze ideeën over rechtvaardigheid, vrijheid, enz. niet in een universalistisch en/of ahistorisch domein moeten funderen, maar ze veel meer van een context moeten voorzien, zowel in de tijd (wij hier in Nederland hebben vrijheid, rechtvaardigheid zus en zo ingericht), als naar plaats: rechtvaardigheid heeft een nationale en globale (bv Europese) component. Ten tweede moeten we de positieve en negatieve kanten van de democratie (zij levert meer vrijheid en gelijkheid op, maar tegelijk ook meer ressentiment en onbehagen) die van oudsher in verschillende politiek-filosofische tradities zijn overdacht (positief: onder meer liberalisme en kritische theorie; negatief: onder meer conservatisme, Nietzsche, Sloterdijk) veel meer op elkaar betrekken, zodat we beter zicht krijgen op de prijs van vrijheid en de keerzijde van gelijkheid.

Wat de toekomst van mijn discipline betreft: omdat sociale problemen de kern van de discipline vormen en ik in de (nabije) toekomst geen afname van zulke problemen verwacht, zie ik de toekomst van de discipline met optimisme tegemoet. Met deze kanttekening: sociale/ politieke filosofie heeft eigenlijk nog steeds sterk lokale kenmerken, de (Angelsaksische) analytische traditie, de Franse politieke filosofie, enz. In dat verband hoop ik dat we in Nederland de traditie van sociale filosofie in stand kunnen houden en ook versterken, een traditie waarin openheid naar en verwerking van die uiteenlopende onderzoekstradities hand in hand gaat met op Nederland toegesneden onderzoeksvragen zoals die naar sociale cohesie, gemeenschapsvorming, de relatie tussen religie en politiek, het karakter van populisme, enz.

Wat is het belang van de geesteswetenschappen? Martha Nussbaum zegt: hoe meer geesteswetenschappen (en – hoge – kunst en cultuur in het algemeen), des te meer bloeit onze democratie. Tegen deze optimistische en naar mijn smaak ook wat elitaire visie, zou ik er op willen wijzen dat het eigenlijk pas sinds het einde van de Tweede Wereldoorlog is dat geesteswetenschappers in grote meerderheid de democratie hebben omarmd. Het cultiveren van cultuur ging meestal hand in hand met het denigreren van de democratie. Als ik me beperk tot het belang van de geesteswetenschappen voor (het denken over) de democratie, terugkijkend: ideeën, waarden, ideologieën, ze komen nooit uit de lucht vallen, maar zijn gevormd in en door tradities en praktijken die we moeten kennen om de actuele bruikbaarheid van deze ideeën te toetsen. En vooruit kijken: wat betekent emancipatie nog nu oude collectieve vormen van emancipatie afgerond zijn? Wat zou ‘rechtvaardige verdeling’ in Europees verband kunnen betekenen? En ‘schuins’ kijken – ik bedoel: de netjes geharkte tuintjes van de gevestigde disciplines doorkruisen om gevoel te krijgen voor de verbanden tussen kunst, cultuur en politiek. Alleen samen staan de geesteswetenschappen sterk!


Andere bijdragen in Mondiale blik, Wijsbegeerte