Beleid niet gericht op inhoud

Dr. Els Kloek
Onderzoeksleider Digitale Naslagwerken
Digitale naslagwerken, Huygens ING

De scheiding tussen onderwijs en onderzoek aan de universiteit lijkt een feit. Het academisch onderwijs GW wordt grotendeels gerund door jonge docenten die flink worden uitgebuit. Wetenschappers die hoger op de apenrots zitten, weten zich met hun prestige vrij te spelen door subsidies binnen te halen en zich voor onderwijsverplichtingen door het jonge, goedkope volkje te laten vervangen. Geld haalt men vooral bij NWO. De criteria bij NWO voor geesteswetenschappelijk onderzoek: innovatief en/of excellent. Innovatief ben je als je prioriteit ligt bij de technologie. En excellent ben je als je a. in – Engelstalige — tijdschriften schrijft, b. past in een theoretische school, en c. kunt voorspellen wat het resultaat van je onderzoek zal zijn.  Zelf heb ik een paar jaar geleden de universiteit ingeruild voor de KNAW, omdat ik daar toen ruimte zag (en kreeg) om projecten te doen die niet bij voorbaat ‘excellent’ zijn, maar wel arbeidsintensief. Of die overstap me nu nog zou lukken? Ik betwijfel dat. Binnen de GW-instituten van de KNAW heerst tegenwoordig ook het credo van ‘excellentie’, plus dat van de ‘e-humanities’. En dat wil zeggen: onderzoek moet in het teken staan van patroonherkenning, textmining en visualisatie van data.

Nee, ik ben niet erg optimistisch over de toekomst van geesteswetenschappen. Het beleid is te veel gericht op technologie ‘an sich’, te weinig op de inhoud. Middel en doel worden door elkaar gehaald. Sterker nog: het middel is ideologie geworden. En als er iets slecht is voor welke wetenschap dan ook, dan is dat ideologie. Bèta’s investeren in laboratoria, in (dure) apparaten waarmee ze onderzoek naar de materie kunnen doen, en in topwetenschappers die met behulp van die apparatuur hun onderzoeksvragen aan de materie kunnen beantwoorden. Wat doen de beleidsmakers van GW? Ze proberen de materie zelf om te bouwen tot een apparaat en investeren in topwetenschappers die dat apparaat kunnen bouwen en/of ‘e-humanities’ prediken. Daar zit de denkfout. Het gaat om de vragen aan de materie (: geschiedenis en cultuur), niet om de technologie – die is slechts hulpmiddel. Steeds meer zal de geesteswetenschapper tot voor kort ondenkbaar grote bestanden kunnen behappen. Dat is het grote winstpunt van internet en digitalisering. Maar de ontwikkeling van het geesteswetenschappelijk onderzoek, en daarmee de loop van de geldstromen ten behoeve van GW, is tegenwoordig zó louter op technologie en e-humanities gericht, dat we dreigen vast te lopen in jargon.

Ooit was de universiteit een vrijplaats voor fanaten met wetenschappelijke belangstelling. Dat is voorbij. Eerbiedwaardige tradities van diverse disciplines worden als obsoleet aan de kant gezet. In mijn optiek is wetenschap in essentie het bevredigen van nieuwsgierigheid, en daarmee is het een creatief proces. Daar is in de huidige gevestigde orde van het geesteswetenschappelijk onderzoek weinig ruimte meer voor. Creativiteit is tegenwoordig juist een reden om niet gesubsidieerd te worden: we zijn wel goed maar niet gek, zo luidt de redenering, en we gaan geen onderzoek subsidiëren waarvan de uitkomst (en de excellentie) niet van tevoren vaststaat. Wat nu precies de criteria zijn van ‘excellentie’, is onduidelijk. In deze cultuur is het de schoolpleinmentaliteit die domineert. De jongens (en een paar meisjes) met de grootste mond, de meeste lakeien en de beste kruiwagens winnen de strijd om de poen. Wat er uiteindelijk met dat geld gebeurt, wordt nauwelijks gecontroleerd.

Geesteswetenschappen gaan over geschiedenis en cultuur. Zonder geschiedenis en cultuur desintegreert de samenleving tot een grote massa eenlingen. Theoretisch gesproken. Zo diep zijn we nog lang niet gezonken, godzijdank. Maar de maatschappelijke opdracht die geesteswetenschappers hierin hebben te spelen, wordt op het moment door hen onvoldoende serieus genomen. Ze staan onder druk, en maken daarom een vlucht naar voren. Publish or perish, is het devies, en dan wel in een A-tijdschrift. Of nog beter: kies voor ‘e-humanities’, en je maakt kans op subsidie. Dat er in geesteswetenschappelijk onderzoek ook ruimte moet zijn voor het unieke wat de mens heeft gepresteerd en wat dus niet valt te onderzoeken met patroonherkenning en visualisatie, wordt zo licht vergeten. Geschiedenis en cultuur: zowel object als subject blijft mensenwerk. Dat we dat niet vergeten!


Andere bijdragen in Digital humanities, Digitale Naslagwerken