Eén van de eerste dingen die opvalt bij het binnentreden van Zygmunt Bauman’s huis, is een bordje aan de muur waarop staat dat een mens niet langer leeft wanneer hij stopt met het bedrijven van de liefde, drinken en roken, maar dat een mensenleven slechts langer lijkt te duren. Een provocerend woord in een maatschappij waar de puriteinse angsthazen het voor het zeggen hebben. “Men fixeert zich tegenwoordig zo op veiligheid en gezondheid. Een gebrek aan existentiële gemoedsrust,” zegt de socioloog die bekend is geworden door zijn sceptische houding jegens de zegeningen van de moderniteit. “Maar kom vooral verder.”Het voelde alsof het de twintigste eeuw was, die hartelijk m’n jas aannam. De 81-jarige emeritus-professor van de universiteit van Leeds heeft de eeuw van uitersten door en door ervaren. Als puber was Bauman met zijn ouders ternauwernood aan een razzia van de nazi’s ontsnapt in zijn geboortestad Poznan. Tijdens de Tweede Wereldoorlog vocht hij in het Rode Leger en daarna zou hij als majoor werken bij de binnenlandse veiligheidsdienst. Deze loopbaan kwam tot een abrupt einde nadat Bauman’s zionistische vader had geïnformeerd over de mogelijkheden om naar Israël te emigreren. Dit vormde het begin van een academische carrière op de sociologiefaculteit van de Universiteit van Warschau. Deze roeping kwam eveneens tot een voortijdig einde toen hij in 1968 op de vlucht sloeg voor de antisemitische stemming in zijn vaderland. Hij niet de enige intellectueel die Polen in dat jaar ontvluchtte: zijn vriend Leszek Kolakowski was eveneens een persona non grata geworden.Waar de filosoof Kolakowski prestigieuze posten zou aannemen op Oxford en Chicago, daar legde Bauman verleidelijke aanbiedingen naast zich neer om zich, na een verloren jaar in Tel Aviv waar hij zich kapot ergerde aan het zionistische sentiment, te nestelen in de luwte van Leeds. Het doet denken aan de Norbert Elias, de bekende socioloog die neerdaalde in de academische periferie van Leicester. Een collega-socioloog suggereerde dat Bauman voor een rustige, stabiele omgeving koos vanwege het traumatische verleden. Wanneer ik hem vraag hoe dat zijn ballingschap z’n werk heeft beïnvloed, volgt er een erudiet hoorcollege, waarin de naam van Elias reeds vroeg valt. “Was het niet Ludwig Wittgenstein die schreef dat het treinstation de beste plaats is om filosofische problemen op te lossen?,” lacht Bauman. “Veel verbannen denkers beschouwen hun positie als een privilege. Norbert Elias beweerde dat het meest vruchtbare cognitieve perspectief ligt tussen betrokkenheid en onafhankelijkheid. De banneling hoeft daar niet naar op zoek, want hij bungelt daar al tussenin. Jacques Derrida op zijn beurt nodigde zijn lezers uit om in reizen te denken, denkreizen te maken, om naar het onbekende gaan, om plezier te beleven aan hetgeen het onbekende in petto heeft, zelfs wanneer het risico bestaat dat terugkeer niet mogelijk is. Mijn landgenoot Czeslaw Milosz, de dichter, suggereerde dat intellectuelen die kozen, of moesten kiezen voor het grote onbekende genaamd ‘ballingschap’, beter inzage kregen in de toestand van de medemens.”“Voor mezelf sprekend: er rust een zege in de duistere vermomming van eenzaamheid, verlatenheid en vervreemding. Het zorgt ervoor dat je verder komt in de universele logica en de betekenis van het leven. Alles wat gezegd kan worden over het vormeloze en bedreigde bestaan van de positie van de balling, kan ook worden gezegd van het leven in de moderne metropool. De balling heeft de smaak van vrijheid, maar die vrijheid heeft een vernietigend potentieel. Wanneer je de vernietiging kunt tegenhouden, word je sterker. Om te creëren of te ontdekken moet je altijd een routine breken. Voor de balling is dit geen kwestie van keuze of een innerlijke strijd, maar iets onvermijdelijks. Een buitenstaander zul je echter altijd blijven.”Het teruggetrokken leven in het hart van Yorkshire bood Bauman de mogelijkheid om middels een boek per jaar te werken aan een indrukwekkend oeuvre, met als hors d’oeuvre het in 1989 verschenen Modernity and the Holocaust waarin hij stelt dat de Holocaust het bijproduct is van de moderniteit in plaats van een eigenaardigheid in het Duitse nationalisme. Met dit boek heb ik niet getracht de Holocaust te begrijpen,” benadrukt Bauman, ”Dat is al gedaan door historici, waar ik niet toe behoor. Nee, in het licht van ‘Auschwitz’ heb ik geprobeerd het fenomeen ‘moderniteit’ te begrijpen. We kunnen de moderniteit nu eenmaal niet kunnen bestuderen alsof de Holocaust op de Maan heeft plaatsgevonden.“Een andere boodschap was dat de voorwaarden die nodig én voldoende zijn om een Holocaust te veroorzaken nog steeds met ons zijn. De voornaamste les van de Holocaust is niet dat slechte mensen slechte dingen doen, maar dat de moderniteit goede mensen kan betrekken, gedwongen of niet, bij gruweldaden. Twintig jaar nadat ik dit heb opgeschreven is er veel empirisch materiaal toegevoerd die mijn stelling onderbouwen, terwijl de lessen zelf in een gesloten, nog steeds ongeopende fles zitten…”Voor Bauman is de flessenpost een geliefde metafoor voor een boek. Hij stopt als het ware analyses in een fles, zendt deze de wereld in en hoopt dat-ie ergens aankomt, bij gewone mensen die, in zijn eigen woorden, een menselijk leven proberen te leiden. Deze bescheiden ambitie is een erfenis uit de jaren zestig toen Gramsci hem hielp ontsnappen uit het marxistische doolhof en het lezen van Georg Simmel ervoor zorgde dat zijn werk zelf speelser en cultuurfilosofischer werd. Het paste bij hem, getuige het succes van het literaire Sociology of Everyday Life. Hierdoor werd Bauman naast politieke ook een wetenschappelijke zonderling, zeker voor degenen die sociologie als een wetenschap met een grote ‘w’ beschouwen en cultural studies als een vak voor kwakzwalvers.Inspiratie is nooit een probleem geweest voor Bauman, die spreekt zoals hij schrijft: associerend, evocatief en wijdlopig. Waar hij het allemaal vandaan haalt? “Levi-Strauss zei eens dat gedachten niet worden gedacht, maar zelf denken, terwijl Adorno meende dat wij denken omdat we onmogelijk niet kunnen denken. Beiden hebben gelijk: gedachten behoeven geen uitleg, ze staan het zelfs niet toe. Ik herinner dat ik tijdens een concert in Harrogate helemaal bevangen was door Yo Yo Ma’s Beethoven-sonates, waarna ik de concertzaal verliet met het complete idee voor Modernity and Ambivalence in mijn hoofd. Kun je dat uitleggen?”Ook zijn nieuwe vaderland is voor hem altijd een bron van inspiratie geweest. In de jaren vijftig schreef hij, tijdens zijn gastdocentschap aan de London School of Economics, zijn proefschrift over de Engelse vakbeweging. Een kleine halve eeuw later interesseert hij zich vooral in de gevolgen van de moderniteit. Terwijl hij wat al te gemakzuchig werd neergezet als de profeet van het postmodernisme ondernam hij juist pogingen om af te rekenen met deze term. “Postmodernisme is een misleidend begrip. Is de moderniteit wel geëindigd? Van de Middeleeuwen kunnen we zeggen dat ze ten einde zijn, maar van het modernisme? Ik geloof het niet. Alleen de vorm is anders.” In plaats van postmoderniteit spreekt hij liever over vloeibare moderniteit, een tijdperk waarin amper zekerheden meer zijn, alles voortdurend verandert, mensen afhankelijk (willen) zijn van adviserus, waar netwerken de plaats in hebben genomen van partners, de tyrannie van het ‘nu meteen’ heerst, een wereld die bevolkt wordt voor dolende mensen die angstig en naarstig op zoek zijn naar zekerheid, maar tegelijkertijd terugschrikken voor de bijbehorende verplichtingen. De term ‘liquid’ dook op in elke nieuwe titel. ”Sinds het schrijven van Liquid Modernity heb ik het gevoel dat ik met elk boek een foto neem van dezelfde kamer, die ik telkens via een andere deur betreed met steeds een andere kleurenfilter voor de lens, zodat de nadruk telkens anders komt te liggen. Pas na een reeks foto’s kun je een beeld krijgen van de kamer, die staat voor onze de wereld.”
Bauman’s eigen bestaan dient als contrapunt voor de vloeibare wereld om hem heen, de wereld van echtscheidingen, uitgestelde keuze’s, verleerde ambachten (van meubels maken tot serieuze relaties aangaan) en van ouders die schuldgevoel afkopen. In wezen is hij hier op een derde manier een balling, levend op een eiland in de laatkapitalistische oceaan. Zelf is hij al 58 jaar getrouwd met Janina, een schrijfster. Ze hebben drie dochters: een kunstenares, een wiskundeprofessor en een architecte. De Baumans wonen sinds hun komst naar Leeds in hetzelfde huis, aan de ringweg van de stad, omringd door een wilde tuin.
Gasten worden er, aandachtig het Poolse gezegde dat een gast God is, hartelijk ontvangen, en getracteerd op druiven, garnalen, zoete koekjes alsmede thee met melk. Bauman’s studeerkamer staat vol met boeken, over de jodenvervolging, het Britse socialisme en natuurlijk met zijn eigen werk, waaronder vertalingen in het Koreaans en Perzisch. De planken en tafels staan vol met familiefoto’s. Het ademt geschiedenis uit, een Oudeuropese odeur, een geaardheid die meer past bij het denken van de Britse conservatief Edmund Burke dan aan Karl Marx voor wie Bauman nog altijd een heel klein plekje in zijn hart heeft.Een belangrijk kenmerk van zijn werk is het persoonlijke karakter. Als zijn meest persoonlijke werken noemt hij Legislators and Interpreters en Mortality, Immortality and Other Life Strategies. Het zijn resultaten van onophoudelijk en pijnlijk zelfonderzoek. In het eerste werk ging ik in op de roeping van de socioloog en in het tweede op het mysterie van onze kortstondige bezoek aan de aarde, ‘menselijk leven’ genoemd en over de gevolgen van dat mysterie. Het zoeken naar oplossingen zal doorgaan, en dat de ultieme oplossing niet gevonden zal worden. Maar dat hoeft ook niet. Oriëntaties bieden is genoeg.”Dat doet hij ook in Consuming Life, het boek dat binnenkort verschijnt en hoogstwaarschijnlijk het slotstuk van zijn verzameld werk zal zijn. “Hierin probeer ik greep te krijgen op de impact van consumptie op de manier waarop we leven en vooral de manier waarop we met elkaar leven…. Consumptie consumeert namelijk ons eigen leven. De Westerse mens beschouwt al haar activiteiten vanuir het perspectief van de consument. Sterker, het consumentisme heeft metafysische proporties verworven.” De voornaamste nevenschade van deze invasie is volgens Bauman de materialisering van de liefde. “Mensen worden drie uur per dag – de helft van hun vrije tijd – blootgesteld aan een bombardement van reclameboodschappen die hen in een staat van ‘behoefte’ brengt. Om nog meer te kopen hebben ze nog meer geld nodig en moeten ze nog langere uren werken. Omdat ze zo lang van huis zijn moeten ze hun afwezigheid van huis goedmaken met cadeautjes die ook weer geld mosten. Ze materialiseren liefde en de cirkel is vicieus.”De lange dagen die gezinsleden afzonderlijk van elkaar doorbrengen zorgen er, zo beweert Bauman, ook voor dat men minder goed om kan gaan met conflicten. Wanneer mensen met elkaar leven, leren ze om te gaan met kleine en grote irritaties. Nu de partners elkaar veel minder zien, elkaar minder goed kennen, kunnen de meest triviale zaken leiden tot grote ruzies, tot scheidingen zelfs. Omdat ze te druk zijn met het verdienen van geld dat nodig is voor de aanschaf van dingen die worden geacht tot geluk te leiden, hebben mannen en vrouwen minder tijd voor wederzijdse empathie en voor intense, pijnlijke, ja soms martelende onderhandelingen om tot een vergelijk te komen bij misverstanden.” “Let op de paradox: in het turbulente water van de vloeibare moderniteit streven we wanhopig naar diepe vriendschappen en kameraadschap. Niets is immers meer zeker en veilig. Op de werkvloer heerst wantrouwen, volksbuurten vallen ten prooi aan projectontwikkelaars en het soort individualisme van mijn leermeester Levinas, die zei dat het nemen van verantwoordelijkheid voor een ander iemand tot de rank van individu promoveert, is zeldzaam geworden. Een helpende hand van een betrouwbare, loyale, trouwe, ‘tot-de-dood-ons-scheidt’-vriend, een hand die er altijd zal zijn wanneer nodig, dat is een eiland voor schipbreukelingen, een oase in de woestijn. We hebben die hand nodig.”“Maar! Maar!,” vervolgt hij in een docerende toon, “Levenslange loyaliteit brengt ook plichten met zich mee. Wat als de zeestroom een andere kant opkeert, wanneer nieuwe mogelijkheden opdoemen die vermogen in een schuld veranderen, bezit in ballast, een reddingsvest in een bal van lood? Wat als het nabije en geliefde niet meer geliefd is, maar al te dichtbij komt, iets dat tot uiting komt in het modieuze verzoek om ‘meer ruimte’? De angst om een vriend te verliezen gaat gepaard met de vrees om er niet meer vanaf te komen wanneer deze niet langer nodig is, wanneer de delete-knop op de mobiele telefoon of computer lonkt.”Het brengt Bauman op het moderne thema ‘uitsluiting’, op de cultus van de ‘deleteknop’. Wat dat betreft is het televisieprogramma Big Brother een leerzame metafoor. “De hedendaagse Big Brother gaat, in tegenstelling tot George Orwell’s voorganger wiens naam ongevraagd geleend is, niet over het binnen houden van mensen, maar het uitsluiten ervan en er zeker van zijn dat ze niet meer terugkomen. Het is niet de vraag of er iemand wordt buitengesloten, maar wie en wanneer. Het gaat allemaal over het halen van het wekelijkse quotum te verwijderen personen. Je hebt een keuze, in die zin dat je bent vrij om een slachtoffer te kiezen. Maar kiezen móét je.” Hij zit dit mechanisme nog sterker bij De Zwakste Schakel, waar de onvoorspelbare dynamiek van de huisgenoten ontbreekt. ”Deze quiz draait geheel om straffen en elimineren.”Het uitsluiten heeft niet alleen te maken met het naïve streven naar een utopische wereld zonder kwaad, maar ook met angst en onzekerheid. “Omdat het niet mogelijk blijkt om de enorme snelheid van verandering te vertragen, laat staan om haar richting te bepalen of controleren, richten we ons op de dingen die we kunnen beïnvloeden: we berekenen neurotisch de onzichtbare gevaren die de wereld op de meest onverwachte, ongewenste momenten voor ons in pacht heeft, we lijden massaal aan het Titanic-syndroom. We zoeken alternatieve manieren om de opeengehoopte existentiële angst te uiten: we nemen overdreven maatregelen om te voorkomen dat we in aanraking komen met iemand anders’ sigarettenrook, met bacillen, met teveel zonlicht en onbeschermde seks. Zij die het kunnen veroorloven, sluiten zichzelf op achter hoge muren met veiligheidcamera’s, verplaatsen zich in landrovers en nemen cursussen in Oosterse vechtkunsten. Het maakt de wereld er juist verraderlijker op, hetgeen dan weer leidt tot meer defensieve acties. Persoonlijke veiligheid is een consumentenmarkt geworden. ‘Citizenship’ is veranderd in ‘Citizensheep’, zoals de criminoloog Ray Surette dat speels verwoordde. Of onze burgerlijke vrijheden in gevaar zijn? Laat me tegenvraag stellen: waren de schapen ooit vrij onder het wakende oog van de honden? Ik weet zeker dat mijn vraag zeker zo retorisch is al de jouwe!”Hoe staat het met het Leitmotiv dat regelmatig in Bauman’s werk opduikt: kunnen we verantwoordelijk nemen voor onze verantwoordelijkheid? Het antwoord luidt wat hem betreft bevestigend, met een grote MAAR. “Het is een enorme opgave en de meesten onder ons bezwijken of zoeken beschutting in, om Stanley Cohen te citeren, een ‘staat van ontkenning’. We hebben echter eigenschappen meegekregen waarmee we belangrijke dingen kunnen verrichten. Dankzij onze verbeelding en onze woorden, eigenschappen die ons onderscheiden van het dier, kunnen we ons oriënteren in de wereld.” Om aan te geven hoe sterk woorden kunnen zijn, verhaalt hij over een bezoek dat hij een paar maanden terug had gebracht aan de zeventigste verjaardag van Vaclev Havel, één van de weinige politici die volgens Bauman verder pleegde te kijken dan de volgende verkiezingen. “Havel’s arsenaal bestond uit slechts drie wapens: moed, hoop en koppigheid. Dat zijn primitieve wapens, helemaal niet high-tech. En het zijn de meest wereldse, gewone wapens waar we toch zeker sinds Palaeolithische tijden de beschikking over hebben. We gebruiken ze alleen te weinig. Daarom is Havel, die bijna eigenhandig één van de meest sinistere regimes ten val bracht, zo ongelooflijk belangrijk. Nu, voordat je enthousiast wordt, is een waarschuwingsschot op z’n plaats: van de inwoners van Praag die zich in na veel koudwatervrees hadden verzameld op de Vaclavske Namesti om het regime definitief omver te werpen, bleek tien procent van Havel te hebben gehoord…”Voor het eerst in anderhalf uur valt er een diepe stilte in de kamer, welke pas breekt wanneer de gastheer zachtjes met zijn pijp op de stoelleuning tikt. Patrick van IJzendoorn